033 - 46 12 680 info@expertis.nl

Boek van de maand

Home » Thema’s » Themapagina Taal/Leesonderwijs » boek van de maand » Boek van de maand januari 2022

Er zijn zoveel mooie boeken en teksten bij allerlei thema’s die gebruikt kunnen worden voor Close Reading. Om je te tippen voor een nieuw verschenen boek of om een oude bekende nog eens in de spotlight te zetten, kiezen we iedere maand op onze site: het boek van de maand.

Boek van de maand januari 2022

In deze editie van het ‘boek van de maand’ besteden we aandacht aan de Nationale Voorleesdagen. Om je te helpen bij het kiezen van het juiste prentenboek maakt een jury van jeugdbibliothecarissen jaarlijks een selectie: de Prentenboek Top 10. In deze editie van boek van de maand besteden we aandacht aan drie titels uit deze top 10. Nieuwsgierig geworden? Lees gauw verder. 

Ga je de lessenserie gebruiken? Deel het op social media via @Expertis Onderwijsadviseurs (LinkedIn en Facebook) of @Expertisadvies (Twitter)

Enthousiast geworden? Deel dan gerust onze tips onder je collega’s of via social media.

Boek 1: Maar eerst ving ik een monster

Dit boek van schrijver Tjibbe Veldkamp en illustrator Kees de Boer is eigenlijk een gesprek tussen twee mensen. Een kind dat naar bed moet, maar een prachtig verhaal verzint om de bedtijd uit te stellen en een ouder die het verhaal steeds zo kort mogelijk probeert te maken. Je snapt vast waarom…

Sessie 1:
  • Ik kan vertellen over wie de tekst gaat, wat er gebeurt in verhaal en waar het zich afspeelt.

Dit is een belangrijke eerste sessie. De hoofdpersonen worden eigenlijk helemaal niet benoemd, alleen het kind dat het verhaal steeds langer maakt, is zichtbaar op de afbeeldingen. Ook waar het verhaal zich afspeelt, is niet goed duidelijk. Als je het boek heel letterlijk neemt, dan speelt het verhaal zich steeds ergens anders af, terwijl het zich eigenlijk afspeelt in de slaapkamer. En kunnen de leerlingen achterhalen wat er eigenlijk gebeurt in dit verhaal?

Het is daarom belangrijk om voor deze eerste sessie echt even de tijd te nemen en om goed te modelen. Je kunt deze sessie altijd nog opdelen in kleinere lesmomenten, om zo de aandacht goed vast te blijven houden.

Sessie 2:
  • Ik kan vertellen hoe de tekeningen mij helpen om het verhaal beter te begrijpen.
  • Ik weet waarom de ouder en het kind steeds hetzelfde zeggen.

In deze sessie willen we vooral aandacht besteden aan de opbouw van de tekst. We starten met het op volgorde leggen van een aantal platen (gebruik er niet te veel!) van het verhaal. Kunnen de leerlingen het verhaal aan hun knie- of schoudermaatje navertellen?

Het kind zegt steeds ‘kijk maar’ in het verhaal. Hoe helpen de afbeeldingen om het verhaal beter te begrijpen?

Om ervoor te zorgen dat álle leerlingen tegelijk actief zijn kan je ze op de afbeeldingen laten omcirkelen wat hen hielp bij het achterhalen over wie de tekst ging, wat er gebeurde en waar het zich afspeelde. En zien ze ook dat de tekst ook steeds twee verschillende lettertypes heeft? Waarom zou dat eigenlijk zijn?

Even een tip tussendoor: als je de platen lamineert of als je ze in een insteekhoes stopt, dan hoef je ze niet elk jaar te printen en kunnen de leerlingen met een stift op de plaat of hoes omcirkelen.

Het kind zegt steeds ‘maar eerst…’ en dat zie je in de titel van het boek ook groter gedrukt. Wat doet het kind om te zorgen dat hij niet hoeft te gaan slapen en welke woorden gebruikt hij daarvoor?

De ouder zegt achtereenvolgens ‘…toen was het verhaal echt uit! ….toen was het verhaal echt helemaal uit! ….toen was het verhaal uiter-dan-uit.’ De tekstgerichte vraag zou kunnen zijn: Wat doet de ouder om het kind sneller te laten slapen en welke woorden gebruikt hij daarvoor?

Sessie 3:
  • Ik kan vertellen waarom dit verhaal twee eindes heeft.
  • Ik kan vertellen of en hoe het verhaal verder zal gaan.

Het begin van het boek is steeds hetzelfde. De ouder wil dat het kind naar bed gaat, maar het kind verzint een steeds langer verhaal om maar niet te hoeven gaan slapen. Toch verandert dat aan het einde van het verhaal, op het moment dat het kind het verhaal stopt. Wat verandert hier en waarom?

Aan het einde van het verhaal zegt het kind ‘ja, maar je las het nog een keer voor’. Wat denken de leerlingen? Zal de ouder het verhaal nog een keer voorlezen? En wat doen zij eigenlijk als hun ouders hen naar bed brengen?

Als vierde sessie zou je met leerlingen kunnen praten over: Als jouw ouders jou naar bed brengen en jij mag een verhaal verzinnen dat begint met ‘maar eerst…’ wat zou jij dan voor verhaal verzinnen? En wie wil tijdens het spelen/werken daar een tekening bij maken?

 

Boek 2: Duizend-en-één paarse djellaba’s

Dit boek gaat over een gezin dat op vakantie gaat naar familie in Marrakech. Het boek is geschreven door Lisa Boersen en Hasna Elbaamrani. De illustraties zijn gemaakt door Annelies Vandenbosch. Eenmaal aangekomen op de markt, verliest de hoofdpersoon haar moeder en gaat ze naar haar op zoek. Een bepalend kenmerk van haar moeder, is dat ze een paarse djellaba draagt.

Sessie 1:
  • Ik kan vertellen over wie de tekst gaat, wat er gebeurt in verhaal en waar het zich afspeelt.

Er wordt een hoop verteld in de tekst en getoond in de afbeeldingen over wie de tekst gaat, wat er gebeurt en waar het zich afspeelt. Deze woorden en afbeeldingen lenen zich heel goed voor een eerste sessie. Zeker bij de waar-vraag, er is namelijk zoveel te ontdekken; de markt in Marrakech met slangen, aapjes en djellaba’s.

Stop tijdens de eerste keer voorlezen bij het visioen van de waarzegster. Kunnen de leerlingen voorspellen hoe de hoofdpersoon haar moeder gaat vinden? Het is altijd fijn om de afbeeldingen op het bord te laten zien, zodat iedereen goed mee kan kijken en praten.

Sessie 2:
  • Ik kan vertellen wat het probleem is in de tekst en hoe het wordt opgelost.

De hoofdpersoon heeft een probleem, ze raakt namelijk haar moeder kwijt op de markt en gaat op zoek naar een oplossing. Meerdere mensen proberen haar hierbij te helpen. Kunnen de leerlingen beschrijven hoe iedereen haar helpt? Laat ze hierbij actief meedoen. Geef ze bijvoorbeeld per tweetal een plaat en laat ze aan elkaar vertellen hoe de hoofdpersoon wordt geholpen.

Sessie 3:
  • Ik kan uitleggen waarom de titel ‘duizend-en-een paarse djellaba’s’ is.

Waarom heeft de schrijver eigenlijk voor deze titel gekozen? Er worden een aantal aanwijzingen gegeven: zo krijgt de moeder een paarse djellaba, pakt de hoofdpersoon per ongeluk de hand van iemand anders met een paarse djellaba en maken de helpers zich zorgen over het vinden van de moeder, omdat er zoveel mensen met een paarse djellaba op de markt zijn. En niet te vergeten: het verhaal speelt zich af in Marrakech.

Boek 3: De koffer

Chris Naylor-Ballesteros heeft met ‘De koffer’ een prachtig prentenboek gemaakt over de manier waarop je kan omgaan met mensen in nood en vrienden maken. Er komt op een dag een rare, vermoeide vreemdeling aan met alleen een koffer. De drie anderen zijn heel nieuwsgierig en vragen zich af wat hij komt doen en wat er toch in die koffer zit. De schrijver weet je aan het denken te zetten met maar vier dieren en eenvoudige maar rake zinnen en illustraties over de boodschap. In het prentenboek kan je door de kleur van de tekst zien wat ieder dier en de verteller zegt.

Sessie 1:
  • Ik kan vertellen over wie het verhaal gaat en wat er in het begin, midden en eind van het verhaal gebeurt.

De koffer heeft een duidelijke verhaallijn, dat al begint bij het titelblad. Het helpt om deze lijn in de eerste sessie te bespreken om in de derde sessie bij de boodschap uit te komen. Hiervoor kan je de platen op volgorde laten leggen om er aan het einde van de sessie samen een poster van te maken. Op de poster plak je bijvoorbeeld bij een Wie-picto de plaatjes van de vier dieren, met daarbij de platen die de leerlingen op volgorde hebben gelegd. Bespreek eerst samen met de leerlingen wie er allemaal meedoen.

 

Lezen
Sessie 2:
  • Ik kan vertellen wat van het verhaal echt gebeurd is en wat in de herinnering of droom van de blauwgroene vreemdeling gebeurt.

Ook is het belangrijk voor leerlingen om te weten wat er in het verhaal echt gebeurd is en wat een herinnering of droom is. Hierdoor krijgen ze door waarom de blauwgroene vreemdeling maar zo weinig in zijn koffer heeft. Je kan elk tweetal twee kaartjes geven: een groene en een rode. Je leest de pagina’s voor en vraagt bij verschillende pagina’s of het echt gebeurt of niet echt. Nadat je de eerste pagina gemodeld hebt, mogen leerlingen in tweeën overleggen en steken ze het kaartje op dat zij vinden passen bij de pagina.

Sessie 3:
  • Ik kan vertellen hoe de dieren zich in het begin en aan het einde van het verhaal voelen en waarom dat veranderd is.

Als leerlingen weten dat het gevoel en de houding van de dieren tijdens het verhaal veranderen, dan begrijpen dat ze er een vriendschap ontstaat. Zo voelt de blauwgroene vreemdeling zich aan het begin moe, verdrietig en bang. De vogel daarentegen is nieuwsgierig en vriendelijk en de haas is verbaasd en gelooft eigenlijk alles. Maar de vos vertrouwt het niet en twijfelt over de vreemdeling. Na het openmaken van de koffer verandert alles…

Blik met de poster van sessie 1 terug op de verhaallijn. Lees het verhaal nog eens voor en laat tijdens het lezen de emoties van de dieren zien op de illustraties. Samen met de tekst kan je de gevoelens en houdingen goed bespreken en ook de verandering die er te zien is aan het einde van het verhaal.

Tips

  • Wist je dat het boek ‘maar eerst ving ik een monster’ in meerdere talen is verschenen? Besteed aandacht aan meertaligheid.
  • Hier vind je per boek suggesties voor interactief voorlezen en knutseltips

Andere boeken

Deze voorleesdagen draaien specifiek om prentenboeken, het heet niet voor niets ‘de Prentenboek Top 10’. Veel leerkrachten en ouders van jongere kinderen gebruiken bij het voorlezen veelal verhalende teksten, maar denk ook eens aan het voorlezen van informatieve teksten, om zo de kennis en academische taal te vergroten.

Zo hebben we in eerdere edities van ‘boek van de maand’ aandacht besteed aan informatieve teksten uit het tijdschrift Pompoen’, stond het boek de kok centraal tijdens de Kinderboekenweek en ten slotte leerden we vorige maand, via een verhalende tekst, veel over hoe dieren zich beschermen tegen de winter. Maar vergeet ook niet de poëzie. Er zijn prachtige dichtbundels, zoals ‘een stukje van de regenboog, waar we eerder over schreven.

Meer informatie

Enthousiast geworden en wil je meer weten over Close Reading? Neem dan contact op met Karin Versloot, Dortie Mijs of Marieke van Logchem. Of neem een kijkje in de onlangs verschenen praktijkboeken van Close Reading, verkrijgbaar via Uitgeverij Pica.

Een meisje met een grote stapel boeken

Benieuwd naar onze boeken van de maand?

Er zijn zoveel mooie boeken en teksten bij allerlei thema’s die gebruikt kunnen worden voor Close Reading. Om je te tippen voor een nieuw verschenen boek of om een oude bekende nog eens in de spotlight te zetten, kiezen we iedere maand op onze site: het boek van de maand. Hier zie je welke boeken deze titel allemaal hebben gekregen!

Share This