033 - 46 12 680 info@expertis.nl

Boek van de maand

Home » Thema’s » Themapagina Taal/Leesonderwijs » boek van de maand » boek van de maand september

Er zijn zoveel mooie boeken en teksten bij allerlei thema’s die gebruikt kunnen worden voor Close Reading. Om je te tippen voor een nieuw verschenen boek of om een oude bekende nog eens in de spotlight te zetten, kiezen we iedere maand op onze site: het boek van de maand.

Boek van de maand september

Dit jaar is het thema van de kinderboekenweek ‘Worden wat je wil’. Een prachtige kans om boeken extra in de spotlight te zetten. We hebben deze maand voor jullie een aantal lessenseries uitgewerkt. Veel plezier ermee! We zouden het leuk vinden als je een sessie of lessenserie uitprobeert en die deelt op social media @Expertis.

Enthousiast geworden? Deel dan gerust onze tips voor de onder- midden- en bovenbouw onder je collega’s of via social media.

Download hier een PDF-versie van het boek van de maand september.

boek van de maand mei
Roza rozeur

Onderbouw

In de onderbouw zijn er prachtige boeken die gelezen kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan de versjes van Marianne Busser en Ron Schroder in ‘Later word ik…de beroepengids voor kleuters’ of aan de versjes in hun boek ‘de Voorleesreis’. Een ander boek dat zich goed leent voor Close Reading door de complexiteit en de diepere laag, is ‘Roza Rozeur Ingenieur’. Een boek over een meisje dat graag ingenieur wil worden, dat leert dat mislukkingen daarbij horen en dat doorzetten zo ontzettend belangrijk is, juist als iets niet lukt. Een prachtig prentenboek dat niet alleen in de onderbouw, maar ook in de midden- en bovenbouw ingezet kan worden. Onze collega’s schreven er al eerder een blog over.

Ook de beroepenreeks van Clavis gemaakt door Liesbeth Slegers kunnen ook heel goed ingezet worden bij het thema, zoals ‘de Boer’, ‘de Juf’, ‘de Dokter’ of ‘de Wielrenner’. We geven een voorbeeld bij het boek over ‘de Kok’.

Sessie 1: Ik weet wat een kok allemaal doet op een dag.

Lees het boek vanaf ‘Het is ochtend…’ tot en met ‘…Is dat niet slim bedacht?’. Denk vervolgens hardop na dat hier wordt verteld wat de kok aan voorbereiding doet. Vervolgens lees je steeds een stukje verder en laat je de leerlingen aan elkaar vertellen wat de kok allemaal doet nu het restaurant open is. En wat doet hij als het restaurant weer dicht gaat voor de klanten? Laat ze vervolgens per groepje de platen uit het verhaal in de juiste volgorde plakken. Welke plaatjes horen bij de fase voorbereiden, welke bij koken en welke bij opruimen?

Sessie 2: Ik weet wat de kok doet als hij voorbereidt, als er gasten zijn en als hij klaar is met koken.

In de eerste sessie hebben we heel algemeen gekeken naar welke fasen een kok doorloopt, vandaag gaan we inzoomen op de details. We luisteren steeds naar een fragment en luisteren naar wat de kok precies doet. Zo lezen we dat een kok tijdens de voorbereiding eerst alle groenten wast. Laat de leerlingen het plaatje van groente wassen leggen/plakken/tekenen bij het voorbereiden. En doe dit ook bij het mooi maken van de borden en het opruimen. Voor leerlingen die meer aankunnen, kan je onderscheid maken tussen de chef-kok en de hulpchef.

Sessie 3: Ik weet wat ik wel en niet leuk vind aan het werk van de kok.

In deze sessie gaan de leerlingen in tweetallen bespreken wat ze wel en niet leuk vinden aan het beroep van de kok. Om aan te geven wat ze leuk vinden, plakken ze hartjes post-it’s bij de plaatjes van de fasen die ze aanspreekt.

Tip!
De volledige uitwerking te vinden is in het praktijkboek voor de onderbouw. In het praktijkboek vind je ook de downloads bij deze lessenserie.

Middenbouw

De meesten van ons zijn wel bekend met de verhalen van Arend van Dam. Je kunt er tijdens de kinderboekenweek voor kiezen om met de leerlingen te lezen hoe Walt Disney een beroemde tekenaar is geworden in het boek ‘In een land hier ver vandaan’. Of hoe koning Willem I de bijnaam Koning Koopman kreeg in ‘Lang geleden’. Voor de middenbouw hebben we uit dit laatste boek een andere tekst gekozen, namelijk ‘De eerste vrouwelijke dokter Aletta Jacobs’.

Sessie 1: Ik kan het verhaal navertellen en ik weet waarom Aletta Jacobs zo bekend is geworden.

De leerlingen lezen de tekst en schrijven symbolen bij wat ze belangrijk vinden, waar ze een vraag over hebben en welke woorden ze (nog) niet kennen. Laat ze hun aantekeningen eerst met elkaar bespreken voor je deze terugvraagt. Stel vervolgens de vraag: ‘Wat is echt belangrijk om te onthouden van dit verhaal?’. Doe voor hoe jij de belangrijke punten uit het begin van de tekst haalt en verschuif geleidelijk de verantwoordelijkheid van deze opdracht naar de leerlingen, zodat ze het ten slotte alleen kunnen. De laatste vraag van deze sessie is ten slotte: ‘Waarom is Aletta Jacobs zo bekend?’

Sessie 2: Ik kan het leven van Aletta Jacobs chronologisch beschrijven.

In dit verhaal wordt het leven van Aletta Jacobs chronologisch beschreven, van zesjarige die dokter wil worden tot kiesrecht voor vrouwen. Ze krijgen allemaal gekleurde post-it’s en schrijven op elke post-it over een belangrijk moment in Aletta Jacobs leven. Deze plakken ze in volgorde achter elkaar op, als een tijdlijn. Als retrieval practice moment, kunnen de kinderen als start van sessie drie hun kaartjes door elkaar husselen en deze door een medeleerling weer op de juiste volgorde laten plakken.

Sessie 3: Ik kan mijn tijdlijn aanvullen en uitbreiden.

Arend van Dam heeft in deze tekst het leven van Aletta Jacobs kort samengevat, wat uitnodigt om nog meer te weten te komen over haar leven. Daarnaast heb je met deze tekst kennis aangebracht, waardoor jouw leerlingen nu een complexere tekst over Aletta Jacobs aankunnen. Mooie boeken die je als vervolg kan inzetten zijn ‘Bedtijd verhalen voor rebelse meisjes’, van Frieda Belinfante, waarin een hoofdstuk aan Aletta Jacobs is gewijd. En denk ook eens aan het boek ‘Heldinnen, vijftig vrouwen die weten wat ze willen’ van Janny van der Molen. Ook hierin komt Aletta Jacobs terug.

Laat de leerlingen deze nieuwe teksten lezen en de nieuwe informatie verwerken in hun tijdlijn. Welke nieuwe informatie en details kunnen ze aanvullen en kan hun tijdlijn uitgebreid worden?

Tip!

Als je deze tekst in groep 4 inzet, kan je er ook voor kiezen om in sessie drie de leerlingen zich in te laten leven in hoe het moest zijn om in die tijd als eerste vrouwelijke dokter, eerste vrouwelijke student te leven. Zij verdiepen niet per se hun kennis zoals hierboven wordt beschreven in sessie drie, maar ze verbinden het wel met hun eigen kennis en beleving.

Tip!

Nu de leerlingen zoveel hebben geleerd over Aletta Jacobs, kunnen zij hun verkregen informatie verwerken in een schrijfopdracht. Geef de leerlingen een dik gekleurd papier en laat ze deze in twee delen vouwen. Aan de linkerkant beschrijven de leerlingen de jeugd van Aletta Jacobs en aan de rechterkant beschrijven ze haar volwassen leven. Laat ze vervolgens hun tweeluik aan anderen presenteren. Of misschien kunnen ze een drieluik maken, waarin ze op derde kant schrijven wat zij van Aletta Jacobs en haar keuzes vinden?

Middenbouw/Bovenbouw

Er zijn ontzettend veel leuke, grappige en informatieve boeken die passen bij het thema van de kinderboekenweek. Wat dacht je van het knotsgekke boek De chocoladetandarts en 237 andere waanzinnige beroepen’ van Tosca Menten. Heb jij bijvoorbeeld wel eens gehoord van een graskapper, een carnavalspakkentester of een zeilinstructeur voor honden? Of wat denk je van het informatieve boek ‘Te gekke beroepen die echt bestaan’, geschreven door Natalie Labarre? Hierin komen beroepen als trendspotter, explosievenopruimer en slangenmelker voor.

Voor de midden- en bovenbouw hebben we voor een ander boek gekozen, namelijk het boek ‘Van boswachter tot Youtuber’ van Arwen Kleyngeld. In dit boek vertellen meerdere mensen over hun beroep. Zo vertelt Robert van Beckhoven over zijn beroep patissier, Andre Kuipers over zijn beroep als ruimtevaarder en Tim Hogenbosch over zijn beroep als boswachter. Elk verhaal begint met hoe de dolfijnentrainers of ijsbergbeklimmers aan zo’n apart, gek, cool of stoer beroep komen. En elk verhaal eindigt met een geheim. Als toegift wordt verteld hoe je het later zelf kan worden.

Laten we eens inzoomen op het hoofdstuk ‘Stuntman’. In deze tekst vertelt Rob de Groot, een van Nederlands bekendste stuntmannen, over zijn beroep. Het verhaal lijkt op een interview, maar is opgeschreven als een vertelling.

Sessie 1: Ik kan aangeven welke vragen de interviewer gesteld heeft.

In sessie één lezen de leerlingen de tekst en maken ze daar aantekeningen bij. Na het lezen en het bespreken van de aantekeningen gaan ze per alinea bedenken welke vraag de interviewer gesteld kan hebben. Op welke vraag wordt in de alinea antwoord gegeven? Gebruik hiervoor het GRRIM-model (bij sommigen beter bekend als het EDI model). Model bijvoorbeeld bij de eerste alinea welke vraag de interviewer gesteld kan hebben. Vat het stukje tekst samen en laat zien hoe jij tot een interviewvraag komt. Doe dit met de leerlingen samen bij de tweede alinea, laat leerlingen vervolgens in tweetallen zelf een interviewvraag stellen bij de derde en vierde alinea. Hierna kunnen ze dan zelf de interviewvraag bij de laatste alinea bedenken.

Sessie 2:

  • Ik kan het proces van stunt voorbereiden tot stunt uitvoeren beschrijven.
  • Ik ken de voor- en nadelen van dit beroep.
  • Ik kan een korte beschrijving maken van het beroep stuntman.

In de tweede sessie gaan we inzoomen op de details. Zo vertelt Rob de Groot over het proces van een stunt voorbereiden tot een stunt uitvoeren. Kunnen de leerlingen dit proces weergeven in een schema? En duik ook eens met de kinderen in de voor- en nadelen van het beroep. Deze worden verspreid door het hele hoofdstuk gegeven, de leerlingen gaan deze verzamelen en ordenen in de plussen en minnen die bij het beroep van ‘stuntman’ horen.

Nu de leerlingen hebben gekeken naar het proces en nu zij de voor- en nadelen weten van het beroep, wil je dat ze hun kennis verwerken in een beschrijving. Kunnen zij het beroep vatten in drie of vier kernwoorden, zoals onder elk beroep staat in dit boek?

Sessie 3:

  • Ik kan vragen stellen aan de stuntman.
  • Ik kan beargumenteren of dit wel/niet een beroep voor mij is.

Arwen Kleyngeld heeft de beroepen zo geschreven dat je eigenlijk nog veel meer wilt weten over het beroep. Welke vragen hebben de leerlingen nu nog over het beroep stuntman? Kunnen ze de antwoorden op deze vragen zelf vinden? En welke vragen zouden ze willen stellen aan Rob de Groot?

Op de kaft van het boek staat ‘kies het leukste beroep van de wereld’. Laat de leerlingen antwoord geven op de vraag of dit beroep voor hen het leukste beroep van de wereld is. Laat ze hun antwoord onderbouwen met informatie uit de tekst.

Tip!

In deze uitwerking hebben we gekozen voor het beroep stuntman. Je kunt er ook voor kiezen om hierna de overige 24 beroepen te verdelen over de groep, waarbij elke leerling expert wordt van een eigen beroep. Ze lezen de tekst zelfstandig, maken aantekeningen en aan de hand van die aantekeningen maken ze een beschrijving van hun beroep. Deze kunnen tentoongesteld worden in een boek, aan de muur of via een presentatie die de leerlingen over hun beroep geven. Vinden veel leerlingen dit nog lastig? Werk dan met expertgroepen, waarbij een aantal beroepen worden verdeeld en leerlingen met hun expert groep een beschrijving maken, om deze vervolgens te delen met hun groepje.

Meer informatie

Enthousiast geworden en wil je meer weten over Close Reading? Neem dan contact op met Karin Versloot of Marieke van Logchem. Of neem een kijkje in de onlangs verschenen praktijkboeken van Close Reading, verkrijgbaar via Uitgeverij Pica.

Een meisje met een grote stapel boeken

Benieuwd naar onze boeken van de maand?

Er zijn zoveel mooie boeken en teksten bij allerlei thema’s die gebruikt kunnen worden voor Close Reading. Om je te tippen voor een nieuw verschenen boek of om een oude bekende nog eens in de spotlight te zetten, kiezen we iedere maand op onze site: het boek van de maand. Hier zie je welke boeken deze titel allemaal hebben gekregen!

Share This