033 - 46 12 680 info@expertis.nl

Close Reading

Boek van de maand januari 2026: Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan

Home » Thema’s » Themapagina Taal/Leesonderwijs » Close reading: boek van de maand » Close Reading: Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan

Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan

Van 21 januari tot en met 1 februari 2026 vinden de Nationale Voorleesdagen plaats. De Voorleesdagen sluiten volgens Stichting CPNB goed aan bij het initiatief om dagelijks vijftien minuten (voor) te lezen in de klas. Kinderen ervaren leesplezier en ontwikkelen zowel hun taalgevoel als hun empathisch vermogen. Daarom: voorlezen gaat voor! 

Het prentenboek van het jaar is Kleine aap van Mies van Hout. Daarnaast is er een top 10 van prentenboeken samengesteld. Uit deze selectie kozen wij Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan van Pim Lammers voor deze editie van het Boek van de maand.

Door de diepere laag is dit boek niet alleen geschikt voor de onderbouw, maar is het ook in de midden- en bovenbouw een mooie aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan. Bijvoorbeeld over de betekenis van je fictieve zelfbeeld in tegenstelling tot je echte ik. Of over inclusiviteit door de nieuwe en traditionele gezinssamenstellingen die voorkomen in dit boek. Het boek laat een prachtige samenwerking zien tussen schrijver en illustrator (Gouden Penseel-winnaar Natascha Stenvert). Elke bladzijde geeft weer nieuwe ontdekkingen: in ritme, rijm, zwart-wittekeningen en tekeningen in felle kleuren of juist pastelkleuren. Heeft dit een betekenis?

Boek van de maand

Close Reading is een evidence-informed aanpak, die leerlingen helpt om de (diepere) betekenis van een tekst daadwerkelijk te doorgronden. In deze rubriek 'Boek van de maand' vind je elke maand tips voor boeken, verhalen of gedichten die zich heel goed lenen voor Close Reading. Vaak krijg je er ook compleet uitgewerkte lessenseries bij. Laat je inspireren!

Boekcover van Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan

Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan (onderbouw, middenbouw en bovenbouw)

Ken je dat gevoel? Anderen lijken een spannend leven te leiden, terwijl jij in je doodgewone huis met doodgewone ouders een doodgewoon leven hebt. Het voelt als de mooie foto’s op de social media, maar de achterkant van die foto’s wordt niet gedeeld. Misschien was je wel wagenziek in de auto of moest je lang wachten in de file. En toen je eindelijk op je bestemming aankwam, waren de restaurants gesloten en moest je zonder eten naar bed. Dit prentenboek van Pim Lammers en Natascha Stenvert gaat over dat gevoel en over waarderen wat je wel hebt.

Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-figuur over wie weinig bekend is. Voor het gemak duiden we de hoofdpersoon aan als ‘hij’, gebaseerd op onze interpretatie van de tekeningen. Het verhaal bestaat uit vier delen. In het eerste deel is de ik-persoon een opschepper en fantast die fantaseert over fantastische ouders en gezinnen. In het tweede deel is hij jaloers op de gezinnen van zijn klasgenoten. In het derde deel vertelt de ik-persoon over het saaie leven dat hij bij zijn ouders leidt. In het vierde en laatste deel constateert de ik-figuur dat hij toch waardevolle momenten met zijn gezin beleeft. De delen verschillen in kleurgebruik en schrijfstijl. Het boek eindigt met de anticlimax dat de ik-figuur alsnog een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan wil.

Einddoelen:

  • Ik kan uitleggen waarom de ik-persoon tevreden is over zijn gezin.
  • Ik kan uitleggen waar de ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan symbool voor staat.

 

Onderbouw po

 

Close Reading – sessie 1

Wat zegt de tekst?

Leesdoel:

  • Ik kan vertellen wat de drie belangrijkste gebeurtenissen in het verhaal zijn.

Laat foto’s van families zien en vertel erbij dat gezinnen vaak samen op de foto staan om zo herinneringen te maken of dat je op deze manier aan elkaar over je familie kunt vertellen.

Laat daarna een foto of speelgoeddier van een leguaan zien, maar geef niet te veel informatie over het dier. Laat daarna alle leerlingen even heel groot en gevaarlijk staan. Hoe voelt dat? Hoe ziet dat eruit? Horen daar geluiden bij?

Daarna lees je het boek in zijn geheel voor. Probeer tijdens het lezen verschil in leestoon te maken bij de verschillende delen:

  1. Foto van je familie laten zien en de hoofdpersoon laat een overvolle familiefoto zien (leestoon ‘opscheppen/fantasie’).
  2. Midden klein gezin met een goudvis (leestoon ‘saai’).
  3. Zaken die de hoofdpersoon fijn vond om met de familie te doen (leestoon ‘tevreden’).

Eigenlijk bestaat het boek uit vier delen, maar daar gaan we in sessie 2 dieper op in.
Geef alle leerlingen willekeurig kaartjes met begin-midden-eind. De leerlingen lopen hiermee door de kring en zoeken een maatje op. Zij bekijken elkaars kaartje en vertellen dan aan elkaar de inhoud die bij hun kaartje hoort. Dus de leerling met kaartje ‘begin’ vertelt aan de klasgenoot wat er in het begin van het boek gebeurt, de leerling met kaartje ‘midden’ vertelt wat er in het midden van het verhaal gebeurt. Daarna wisselen ze de kaartjes uit en zoeken ze een nieuwe klasgenoot.

Close Reading – sessie 2

Hoe wordt het in de tekst gezegd?

Leesdoelen:

  • Ik kan uitleggen waarom sommige prenten gekleurd zijn getekend en waarom andere prenten zwart-wit zijn getekend.
  • Ik kan de verschillen tussen de vier delen van het boek uitleggen.

Na de eerste keer voorlezen, lees je het verhaal nog eens in delen voor. Na elk deel bespreek je wat de ik-figuur doet. In deel 1 is de ik-figuur aan het fantaseren, in deel 2 is de ik-figuur jaloers, in deel 3 vertelt de ik-figuur over het saaie leven en in deel 4 is de ik-figuur tevreden.

Gebruik voor de volgende opdracht de volgende prenten: opscheppen/fantasie (pagina 7/8), jaloezie (pagina 15-16), saai (pagina 17), tevreden (pagina 21).

Laat uit elk deel een illustratie zien en bespreek daarbij aan de hand van een voorbeeld hoe je ziet dat de ik-figuur fantaseert, jaloers is, een saai leven heeft of tevreden is. Op de illustratie op pagina 7/8 bijvoorbeeld, zie je een slaapkamer vol stapelbedden waar heel veel te beleven is voor alle kinderen. Kunnen de leerlingen nog meer zien op deze platen? Toon de illustratie op het digibord en laat leerlingen deze in tweetallen ontdekken en bespreken. Geef daarna enkele tweetallen klassikaal de beurt. Doe dit vervolgens ook bij de andere prenten. Verwerk de antwoorden op een groot vel papier dat je in vier vakken hebt verdeeld.

Toon vervolgens de vier illustraties naast elkaar. Valt de leerlingen nog iets op?

Antwoord: het kleurgebruik is in elk deel anders. In deel 1 pastelkleuren, deel 2 felle kleuren, deel 3 zwart-wit, deel 4 felle kleuren. 

 

Close Reading – sessie 3

Wat is de diepere betekenis van de tekst?

Leesdoelen:

  • Ik kan de emoties opscheppen/fantasie, jaloezie, saai en tevreden herkennen in de verschillende delen van het verhaal.
  • Ik kan uitleggen waarom de ik-figuur in de verschillende delen van het verhaal andere emoties heeft.
  • Ik kan uitleggen waarom de ik-figuur toch een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan wil aan het einde van het boek.
  • Ik denk na over fijne momenten in mijn eigen gezin en ik geef aan wat mijn eigen grote wens is.

Start de les en laat het vel papier met de verschillende delen van het verhaal weer zien. Lees het prentenboek nog een keer voor.

Het is nu tijd om de emoties verder uit te diepen en dat kun je goed doen door de tegenstellingen van emoties naast elkaar te leggen. In dit geval zet je de plaat van opscheppen/fantasie naast de illustratie van saai en de illustratie van jaloezie naast de illustratie van tevreden. Je gebruikt dus dezelfde illustraties uit sessie 2, maar dan in een andere combinatie.

Wat zien de leerlingen bij de ene emotie en wat bij de andere emotie? Zijn er overeenkomsten te ontdekken? Laat de leerlingen eerst in groepen van vier de platen bekijken en bespreken wat ze zien. Vul de antwoorden in met behulp van een venndiagram; doe dit klassikaal in de kring.

Het grootste verschil tussen de fantasie en de werkelijkheid van de ik-figuur is dat hij graag veel mensen om zich heen heeft en stoere dingen wil doen.

Bekijk samen de laatste illustratie nog eens goed en laat leerlingen luisteren naar de zinnen die je voorleest. Bedenk nu: is de ik-figuur altijd alleen? Maakt hij avonturen mee? Zou hij dan toch tevreden zijn?

Bespreek met de leerlingen de volgende vragen:
– Hoe komt het dat de ik-figuur nu toch tevreden is?
– Welke problemen kom je tegen als je over je familie fantaseert?
– Waarom wil hij toch een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan?

Opdracht:
Alle leerlingen krijgen een vel papier dat in vier vakken is verdeeld. Daarna krijgen de leerlingen minstens drie plaatjes uit het boek (bij meer plaatjes moeten ze meer keuzes maken). In vak 1 plakken ze het plaatje dat bij opscheppen/fantasie hoort, in vak 2 het plaatje dat bij jaloezie hoort, in vak 3 het plaatje dat bij saai hoort. In vak 4 tekenen ze zelf een moment dat ze thuis als fijn hebben ervaren. Maar in de rechterbovenhoek is nog een vak.

Teken daarna in de rechterbovenhoek jouw grote ongelofelijke leguaan: welke wens heb je of waar zou je indruk mee willen maken bij je klasgenoten?

Voorbeeld van vel papier met vakindeling voor het plakken en tekenen van afbeeldingen

Middenbouw en bovenbouw po

 

Close Reading – sessie 1

Wat zegt de tekst?

Leesdoelen:

  • Ik kan vertellen wat de vier belangrijkste gebeurtenissen in het verhaal zijn
  • Ik kan de informatie over de gezinnen uit de vier delen van het boek samenvatten in algemene kenmerken.

Maak de leesdoelen zichtbaar, maar deel de teksten nog niet uit aan de leerlingen. Zet de scans van het boek per bladspiegel op het digibord. Leest de tekst in het geheel voor en laat de leerlingen actief meelezen op het bord.

  1. Over wie gaat het verhaal en waarover gaat het verhaal?
  2. Deel het verhaal op in vier delen en zoek in de tekst voor elk deel de vier belangrijkste kenmerken van de gezinssamenstelling.

Zet de eerste vraag op het bord en behandel deze vraag klassikaal. Geef bedenktijd en daarna willekeurige beurten. De leerlingen zullen snel tot het juiste antwoord komen: het gaat over de ik-figuur (een jongetje?). De vraag ‘waarover gaat het verhaal?’ is iets lastiger. Geef weer bedenktijd, laat de leerlingen samen overleggen en kom klassikaal tot de juiste conclusie: het verhaal gaat over allerlei soorten gezinnen (en de leguaan komt alleen aan het begin, in het midden en het eind even in beeld, maar zijn rol is erg beperkt).

Voor de tweede opdracht deel je de tekst en het werkblad uit. De leerlingen werken in tweetallen. Leg uit dat het verhaal uit vier delen bestaat die allemaal over gezinnen gaan, maar wel verschillen. Per deel gaan we vier kenmerken opzoeken. Afhankelijk van het niveau van je groep, kun je de opdracht hier meer of minder structureren. Model het eerste deel: start weer met lezen en kom bij ‘Oke, Oke, je hebt het vast al door – mijn echte familie komt op deze tekening niet voor’ tot de conclusie dat hier deel 1 stopt. Ga terug in de tekst en zoek de vier belangrijkste kenmerken door te arceren in de tekst en neem dit over op het werkblad. Laat de leerlingen deel 2, 3 en 4 doen, terwijl je de begeleiding afbouwt. De leerlingen zoeken en overleggen samen.

Werkblad bij Close Reading lessenserie Een ongelofelijk grote en ongelofelijk gevaarlijke leguaan

Sluit af door de uitkomsten te bespreken, terug te blikken op de leesdoelen en vooruit te blikken op sessie 2.

 

Close Reading – sessie 2

Hoe wordt het in de tekst gezegd?

Leesdoelen:

  • Ik kan uitleggen waarom sommige prenten gekleurd zijn getekend en waarom andere prenten zwart-wit zijn getekend.
  • Ik kan de verschillen tussen de vier delen van het boek uitleggen.

 We gebruiken dus dezelfde leesdoelen als in onderbouw, maar de verwerking is anders.

Blik terug op sessie 1 aan de hand van het werkblad. Check bij alle leerlingen of ze helder hebben dat het verhaal uit vier delen bestaat. Vertel wat de leesdoelen van deze les zijn en deel het werkblad uit sessie 1 uit aan tweetallen.

Blader door het boek (digibord) en stel de vraag: wat valt op aan de kleuren? Laat vervolgens de leerlingen de vakjes in het werkblad kleuren. Bespreek ook de tussenkopjes op het werkblad: passen deze bij de betreffende delen van het boek? We gaan nu inzoomen op de tekst. Lees de eerste zin van het werkblad voor: ik kan uitleggen waarom verstoppertje spelen lekker lang duurt.
Model hoe je de zin opzoekt en arceert en laat zien hoe je bewijzen in de tekst en/of op de afbeeldingen zoekt. Kom tot het antwoord en laat de leerlingen de antwoorden in het eerste vak noteren. Benadruk dat de antwoorden letterlijk in de tekst staan. Bouw je begeleiding af bij het zoeken naar bewijs voor de overige drie zinnen.

Leerlingen werken in duo’s, herlezen de teksten, arceren de citaten en beantwoorden stapsgewijs de tekstgerichte vragen en vullen/kleuren het werkblad in.

Sluit de les af door enkele groepjes hun blad te laten presenteren en laat de klas eventueel nog aanvullen. Blik terug op de leesdoelen.

 

Close Reading – sessie 3

Wat is de diepere betekenis van de tekst?

Leesdoelen:

  • Ik kan de emoties opscheppen/fantasie, jaloezie, saai en tevreden herkennen in de verschillende delen van het verhaal.
  • Ik kan uitleggen waarom de ik-figuur in de verschillende delen van het verhaal andere emoties heeft.
  • Ik kan uitleggen waarom de ik-figuur toch een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan wil aan het einde van het boek.
  • Ik denk na over fijne momenten in mijn eigen gezin en ik geef aan wat mijn eigen grote wens is.

Deze leesdoelen zijn gelijk aan de leesdoelen voor de onderbouw, maar de verwerking is anders.

Voor de midden- en bovenbouw kun je heel goed de onderbouwversie van sessie 3 gebruiken, maar in plaats van een werkblad kun je ook spreekvaardigheid als werkvorm inzetten met deze vier tekstgerichte vragen:

  1. Waarom maakt de ik-figuur aan het begin een tekening van het gezin en laat hij aan het eind een echte foto zien van zijn gezin?
  2. Welk deel van het boek wordt uitgebreid beschreven en welk deel kort? Leg uit waarom de schrijver dit doet.
  3. Is er een verband tussen het kleurgebruik van de afbeeldingen en het gevoel van de ik-figuur? Leg dit uit.
  4. Waar staat de ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan symbool voor?

Voorbereiding: print evenveel gele als groene werkbladen en verdeel de klas in duo’s.

Blik terug op sessie 1 en 2 aan de hand van de werkbladen van de vorige sessies. Weet iedereen nog dat het verhaal uit vier delen bestaat? En is het al opgevallen dat de ik-figuur zich bij elk deel anders voelt? Dit gaan we deze sessie verder onderzoeken door met elkaar te lezen en te praten. Verdeel de werkbladen evenredig over de klas: vraag 1 en 2 voor groene duo’s, vraag 3 en 4 voor gele duo’s. De leerlingen gaan tegenover elkaar zitten, zodat ze elkaars antwoorden niet kunnen lezen. Ieder duo beantwoordt twee vragen: eerst individueel nadenken en zoeken in de tekst of de werkbladen van de vorige sessie. Daarna schrijven ze het antwoord op (steekwoorden of zinnen?) en gaan door naar de volgende vraag. De leerlingen bespreken het vervolgens (discussie) en komen tot een gezamenlijk antwoord (stel eisen aan de formulering).

Als alle groepjes klaar zijn, zoekt elk duo een duo van een andere kleur. De leerlingen geven hun opgeschreven antwoord en het andere groepje vraagt om verdere uitleg (doorvragen: waarom denken jullie dat…). Als dit antwoord is gegeven, wisselen de groene en gele leerlingen van rol. Vervolgens wisselen de groepjes om andere antwoorden op te halen, zodat ze ook andere meningen en interpretaties horen.

Sluit de les af door te reflecteren op de antwoorden en leesdoelen en laat de leerlingen met elkaar nadenken over de vraag wat de schrijver ons wil leren met dit verhaal.

 

Meer informatie

Enthousiast geworden en wil je meer weten over Close Reading? Neem dan contact op met Liz Bunte. Of neem een kijkje op de themapagina over Close Reading.

Meer uitgewerkte praktijkvoorbeelden zijn te vinden in de boeken Close Reading in de praktijk, verkrijgbaar via uitgeverij Pica.

Close reading: Een meisje met een grote stapel boeken

Benieuwd naar onze boeken van de maand?

Er zijn zoveel mooie boeken en teksten bij allerlei thema’s, die je kunt gebruiken voor Close Reading. In deze rubriek tippen we je maandelijks nieuw verschenen boeken of zetten we oude bekende nog eens in de spotlights: het boek van de maand.

Hier zie je welke boeken deze titel allemaal hebben gekregen!

Share This