033 - 46 12 680 info@expertis.nl

Elke leerling een actieve lezer

Home » Nieuwsoverzicht » Elke leerling een actieve lezer

Elke leerling een actieve lezer

Hoe kun je als leraar dieper tekstbegrip stimuleren?

Een kwart van de 15-jarigen heeft problemen met basaal leesbegrip. Wat is er nodig om de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen te verbeteren? Prof. dr. Paul van den Broek is mede-onderzoeker van het rapport ‘Sturen op begrip: Effectief Leesonderwijs in Nederland’. Wat betekenen de uitkomsten van dit recent verschenen rapport nu concreet voor de leraar die voor de klas staat? Vandaag deel 1 van 3 uit de interviewreeks, met als centrale vraag: ‘Hoe kun je als leraar dieper tekstbegrip in je klas stimuleren?’.

 

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en schoolverbetering.

Aan het woord

Prof. dr. Paul van den Broek is mede-onderzoeker van het rapport ‘Sturen op Begrip: Effectief Leesonderwijs in Nederland. Van den broek is emeritus hoogleraar pedagogische en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Leiden. Expertis werkt samen met Van den Broek op het gebied van taal- en leesonderwijs.

Marieke van Logchem is taal-leesexpert bij Expertis Onderwijsadviseurs. Zij is naar aanleiding van het rapport in gesprek gegaan met Prof. dr. Paul van den Broek. Benieuwd hoe zij samen met u het (begrijpend) leesonderwijs naar een hoger niveau kan tillen? Neem contact op met Marieke van Logchem via 06 – 43 35 13 18 of via marieke.van.logchem@expertis.nl.

 

U zet zich al bijna 40 jaar in voor goed leesonderwijs. Wanneer is iemand volgens u ‘een goede lezer’?

‘Een goede lezer is niet specifiek in één keurslijf te vangen. Een goede lezer wordt gekarakteriseerd door een combinatie van factoren. Echter kan deze combinatie bij iedereen verschillend zijn. Ieder kan zijn of haar sterke punten hebben in het lezen’, stelt Van den Broek. ‘Vergelijk het met het Nederlands elftal. Dit zijn stuk voor stuk goede voetballers, maar iedere speler heeft weer een andere specialiteit. Een van de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken is dat een goede lezer de tekst actief benadert.’

En juist dat actief leren omgaan met teksten wordt in uw rapport aangeduid als het belangrijkste element voor goed begrijpend leesonderwijs. Wat houdt dit actief omgaan met een tekst precies in?

 ‘Een actieve benadering houdt in dat je de tekst met een doel leest en dat je als lezer relaties probeert te leggen in alles wat je leest. Een actieve lezer kan een rijk netwerk van verbanden identificeren in een tekst en deze verbanden vervolgens koppelen aan achtergrondkennis over dit thema. Deels is dit iets wat impliciet en onbewust gebeurt, maar deels vraagt het om actieve inzet van de leerling. Als leraar zie je dat leerlingen actief bezig zijn om een bepaalde standaard, een bepaald doel, te bereiken. Van den Broek vervolgt: ‘Neem bijvoorbeeld het verschil in het doel waarmee je een tijdschrift leest in de wachtkamer van de huisarts versus het doel waarmee je leerstof voor een tentamen doorleest. Het eerste leesdoel is ‘tijd doorkomen’, het tweede leesdoel is ‘leren’.’ In de klas zie je dit ook, bijvoorbeeld doordat leerlingen een tekst opnieuw lezen of een beroep doen op hun achtergrondkennis, net zolang tot zij dat bepaalde doel bereikt hebben. Een goede lezer legt daarin de standaard over het algemeen hoog. Zij zijn minder snel tevreden, willen de tekst echt goed begrijpen. Andere lezers zijn sneller tevreden en denken al sneller dat ze alles begrepen hebben, maar hun leesbegrip is dan nog oppervlakkig.’

Een hoge standaard is dus van belang. Moet deze standaard altijd zo hoog mogelijk gelegd worden?

‘’Zo hoog mogelijk’ is ten eerste relatief: wat mogelijk is voor de één is misschien niet mogelijk voor de ander. Ten tweede gaat het erbij een standaard ook om wat voor soort relaties je als lezer probeert te leggen: sommige soorten relaties passen bij het ene leesdoel, sommige bij een ander leesdoel. Het gaat dus niet alleen om hoogte van de standaard die een leerling stelt maar ook om de soort verbindingen die de leerling tussen de delen van de tekst legt en eigen kennis legt. Bij een verhalende tekst zal je je vooral richten op hoe een hoofdpersoon zich voelt of wat hij meemaakt en leg je de relatie met je eigen beleving. Bij een informatieve tekst leg je verbinding met je eigen kennis over het onderwerp of leg je oorzaak-gevolg verbanden in een tekst. Goede lezers passen de soort standaard en soort relaties aan het leesdoel aan. Zwakkere lezers maken vaak geen onderscheid tussen leesdoelen, waardoor het lezen meer globaal blijft.

‘Ik zie regelmatig leerlingen die het idee hebben de tekst goed te hebben begrepen. Echter, zodra je iets verder doorvraagt, blijkt dat de leerling vergeleken bij onze standaarden slechts een ‘zwak begrip’ van de tekst heeft. Het is het meest effectief én cruciaal om leerlingen zelf ervaringen te laten opdoen met deze standaarden door ze met elkaar in gesprek te laten gaan over hun bevindingen uit de tekst.’ Van den Broek vervolgt: ‘Ook bij goede lezers ontstaat dieper begrip door met elkaar een tekst kritisch te bespreken. Ieder bekijkt de tekst vanuit een eigen perspectief met de eigen achtergrondkennis. Besef wel, niet alle leerlingen kunnen hetzelfde niveau halen in begrijpend lezen. Het doel is dat je iedere leerling in de totale verdeling van leesvaardigheden zo ver mogelijk laat opschuiven in hun ontwikkeling. Je dient het maximale potentieel van elke leerling optimaal te benutten. Daarom is de leraar nodig om ze te ondersteunen, te laten zien hoe ze het lezen aan kunnen pakken en vragen te stellen waardoor ze meer gaan nadenken over de inhoud van de tekst en het te bereiken leesdoel.’

 

‘Je dient het maximale potentieel van elke leerling optimaal te benutten.’

Hierin speelt de kennis bias een grote rol: leerlingen weten zelf nog niet dat ze het niet weten. Hoe kun je dit naar uw idee als leraar bijbrengen bij je leerlingen?

‘De leraar heeft een regisseursrol in het openen van de ogen van leerlingen op dit vlak’, legt Van den Broek uit. ‘Laat leerlingen ervaren dat er verschillende standaarden zijn in het verdiepende tekstbegrip. Een leraar kan zelf als beste aanvoelen hoe je dit optimaal kunt afstemmen op zijn of haar leerlingen. Pas nadat leerlingen deze standaarden hebben ervaren, gaat het bij hen leven. Onderneem bijvoorbeeld een activiteit waarin leerlingen in heterogene groepjes een tekst lezen. Laat hen daarna aan elkaar verdiepende vragen stellen over deze tekst. Zo zullen zij merken dat iedereen een tekst weer anders interpreteert, waardoor de leerlingen ervaren dat er dus verschillende standaarden zijn. Als leraar kun je inspelen op dit gesprek door vragen te stellen als: ‘Hoe goed zou je de tekst moeten begrijpen als je een manager bent?’ of ‘Hoe goed zou je deze tekst moeten begrijpen als je een artikel voor een nieuwswebsite uitwerkt?’. ‘Probeer dit steeds in een context te doen die motiverend en betekenisvol is voor leerlingen.’

‘De leraar heeft een regisseursrol in het openen van de ogen van leerlingen.’

We zien scholen vaak worstelen met een balans tussen leesstrategieën versus doelgerichtheid in de begrijpend leeslessen. Hoe verhouden deze twee zich volgens u idealiter tot elkaar?

‘Het beheersen en kunnen toepassen van leesstrategieën is van belang. Want deze leesstrategieën helpen leerlingen om uiteindelijk hun leesdoelen te bereiken. Echter gaat het vooral om de toepassing van deze strategie en dus zou de nadruk vooral moeten liggen op het oefenen in betekenisvolle context. Pas als leerlingen de leesstrategieën in hun gereedschapskist paraat hebben liggen, kunnen deze doelgericht worden ingezet. Ik zie nu te vaak dat leesstrategieën los aangeleerd worden. De stap naar het toepassen van deze strategieën wordt helaas nog te vaak weggelaten. Terwijl juist dat ertoe doet, als je praat over dieper tekstbegrip. Vergeet als leraar dus nooit het uiteindelijke doel, als je aan de slag gaat met leesstrategieën. Een klein lesje over een strategie zou kunnen, maar leg dan wel zo snel mogelijk de verbinding met voor welke doelen je deze strategie uiteindelijk gebruikt.’

Van den Broek vervolgt: ‘In tegenstelling tot wat men vaak denkt, kun je ook op jonge leeftijd al aan de slag gaan met deze strategieën. Natuurlijk is dat nog wel in een zeer basale vorm. ‘Waarom doet de hoofdpersoon uit een verhaal dit? Hebben we zojuist al iets gelezen of gehoord waarom zij dit zou willen doen?’ Dit soort denkprocessen ontwikkelen kinderen al op jonge leeftijd. Het is onze taak om daar nauw bij aan te sluiten.’

In een volgend interview gaat Van den Broek verder in op het verdiepende lees- en luisterbegrip bij jonge kinderen.

‘Ik zie nu te vaak dat leesstrategieën los aangeleerd worden.’

Lees hier een verdiepend artikel over het jonge kind, waarin Prof. Dr. Paul van den Broek ingaat op het ontwikkelen van dieper (luister)begrip bij het jonge kind.

Als leraar heb je een natuurlijk een doel met een begrijpend luister- of leesactiviteit, maar hoe kan je de leesdoelen van leerlingen daarin meenemen? Of anders gesteld: Hoe kun je als leraar een doel zo stellen dat het leerlingen het als hun eigen doel ervaren?’

Van den Broek: ‘Hierin zijn vooral de voelsprieten van de leraar van belang. Daarmee bedoel ik dat je je leerlingen op dit vlak goed kunt aanvoelen. De leraar dient de juiste balans te vinden tussen enerzijds expliciet doelen opleggen en aan de anderzijds de leerlingen zelf een doel te laten kiezen. Als je die juiste mix weet te vinden, zie ik bij leerlingen een betrokkenheid en enthousiasme ontstaan, zonder dat zij volledig ongestructureerd te werk gaan. Je kunt als leraar bijvoorbeeld als doel stellen dat een groep leerlingen een blog schrijft, en deze misschien ook echt ergens publiceren. Dit is een activiteit die veel meer uitnodigt tot actief en met elkaar aan de slag gaan met een tekst, dan enkel het lezen van een artikel en het beantwoorden van een aantal begripsvragen.’

Lees hier een verdiepend artikel over het voortgezet onderwijs, waarin Prof. Dr. Paul van den Broek ingaat op de vraag: ‘Hoe kun je als docent in het voortgezet onderwijs het verdiepend tekstbegrip stimuleren?’

In de praktijk zien we dat er in begrijpend leeslessen veel verschillende vragen worden gesteld die leerlingen schriftelijk beantwoorden, waardoor verdiepend begrip mist. Wat raadt u aan?

‘Een paar begripsvragen om het algemene tekstbegrip te toetsen is prima, maar daarna adviseer ik om als leraar snel het doel centraal te stellen en met een concretere, betekenisvolle activiteit aan de slag te gaan. En, voortbordurend op dat ‘gezamenlijke doel’: ik ben groot voorstander van het samen voorbereiden van lessen. Als leraren met collega’s het gesprek over teksten aangaan, komen zij zelf ook weer tot een dieper begrip hiervan en delen zij de creativiteit in het ontwerpen van leesactiviteiten.’

‘Een paar begripsvragen om het algemene tekstbegrip te toetsen is prima, maar daarna adviseer ik om als leraar snel het doel centraal te stellen en met een concretere, betekenisvolle activiteit aan de slag te gaan.’

Stap voor stap werken we van basaal begrip naar verdiepend begrip. Steeds een laagje dieper in een tekst.

‘De laatste 10 jaar zien we in nationaal en internationaal onderzoek dat verdiepend tekstbegrip op een schaal met verschillende gradaties is vast te leggen. Deze schaal begint bij het leggen van de meest basale verbanden in een tekst, loopt naar het leggen van uitdagendere verbanden zoals tussen stukken tekst die verder van elkaar afliggen en eindigt bij het optimaal leggen van complexe verbindingen met beschikbare achtergrondkennis en het doorzien van onderliggende boodschappen in teksten. Een voorbeeld uit de zaakvakken is dat een leerling een eerste hoofdstuk over de zwaartekracht bijvoorbeeld kan koppelen aan een later hoofdstuk over versnellen. Je legt steeds bredere verbanden en weet steeds meer achtergrondkennis en abstracte kennis toe te voegen aan dat wat je leest.’

Die doelgerichtheid kun je ook borgen door tekstbegrip in verbinding met vakspecifieke kennis aan te bieden, bijvoorbeeld wereldoriëntatie voor het primair onderwijs of een instructietekst voor een experiment bij scheikunde in het voortgezet onderwijs.

In een volgend gesprek spitst Van den Broek zich toe op de rol van begrijpend lezen en de zaakvakken in het voortgezet onderwijs.

‘Het gaat vooral om het creatief én doelgericht inzetten van een tekst door de leraar’.

Expertis vertaalt de wetenschap naar de dagelijkse praktijk bij u op school. Deze wetenschappelijke inzichten liggen ten grondslag aan Close Reading. Benieuwd hoe we samen met u het (begrijpend) leesonderwijs naar een hoger niveau kunnen tillen?

Neem contact op met Marieke van Logchem via 06 – 43 35 13 18 of via marieke.van.logchem@expertis.nl

Klik hier voor meer informatie over Close Reading voor het primair onderwijs.
Klik hiervoor meer informatie over Close Reading voor het voortgezet onderwijs.

Het rapport ‘Sturen op Begrip: Effectief Leesonderwijs in Nederland’ beschrijft de huidige stand van kennis over de elementen van effectief leesonderwijs. Benieuwd naar het volledige rapport? Klik dan hier.

Literatuurlijst

 

Share This