Posts Tagged ‘verlengde instructie’

Het kneuzengroepje – een column van Marcel Schmeier in Remedial Teaching

Als onderwijsadviseur help ik leerkrachten en hun scholen hun onderwijs te verbeteren. Ik kom in veel klassen en zie vee/lessen. Vandaag ben ik op bezoek in de klas van Meester Max. Hij rondt zijn rekenles af en draagt de klas over aan de invaller.
Samen lopen we naar de gang om zijn les na te bespreken. “Mooi gedaan hoor,” begin ik het gesprek. “Volgens mij hebben de kinderen veel geleerd, want je instructie was stapsgewijs en je gaf lekker veel voorbeelden. Goed ook om te zien hoe je ze vervolgens in tweetallen nog enkele voorbeelden liet uitwerken.” Meester Max knikt tevreden en lacht: “Ik vind het belangrijk dat de kinderen ook de ruimte krijgen om het zelf te doen, nadat ik heb uitgelegd.”
We nemen al pratend de les door en tot slot spreken we over de verlengde instructie. “Die heb ik gemist,” zeg ik en kijk hem ietwat uitdagend aan. Meester Max kijkt onverstoorbaar terug en zegt: “Was dat nodig dan? Alle kinderen hebben het lesdoel toch behaald?”
Ik denk even na en had inderdaad gezien dat alle kinderen vlot en foutloos de breuken gelijknamig konden maken. De instructie was kraakhelder en de kinderen hadden de eerste twee voorbeelden
meegeschreven en het daarna aan elkaar uitgelegd.
Hierna hadden ze nog zeker vijf sommen in tweetallen gemaakt, waarbij meester Max rondliep en direct feedback gaf op goede en foute berekeningen. Aan het eind van de begeleide inoefening beheersten alle leerlingen de vaardigheid van het gelijknamig maken.
“Ik hou er niet zo van om leerlingen in hokjes te stoppen,” onderbreekt Meester Max mijn gedachten. “Als je instructie goed is en met voldoende voorbeelden, dan is een verlengde instructie vaak helemaal niet meer nodig.” Ik luister en knik instemmend.
“Als ik een verlengde instructie geef, dan is dat aan de leerlingen die me opvallen bij het werken in tweetallen. Dat zijn niet per se de kinderen met een lage score op de Cito-toetsen.” Hierna zwijgen we allebei, waarna hij lachend vervolgt: “Ik zet er ook vaak een sterke leerling bij. Die kan het goed uitleggen. Kinderen worden beter van goede voorbeelden. Of ik laat een zwakke leerling samenwerken met een sterke, gewoon aan de eigen tafel.”
Hij vervolgt zijn verhaal: “Waarom altijd indelen in hokjes? Sterk, basis, zwak. Nederland hokjesland. Als een kind een E-score haalt, dan zit het vervolgens een half jaar standaard in de verlengde
instructie. Soms zelfs nog langer. Ik geef kinderen liever wat ze nodig hebben op basis wat ik zie tijdens de les.”
Even is Meester Max stil en draaien de rollen zich om. Hij kijkt mij namelijk uitdagend aan en zegt: “Als je altijd dezelfde kinderen in de verlengde instructie zet, dan wordt het een kneuzengroepje.
Kinderen voelen dat en gaan zich ernaar gedragen. Het is een zichzelfwaarmakende voorspelling.”
Meester Max observeert me even heel goed en kijkt of hij nog een stapje verder kan gaan. “Jij zet in jouw trainingen toch ook niet de zwakke leerkrachten bij elkaar in een groepje voorin de
zaal?” Ik knipoog en zeg: “Daar zit jij dan in ieder geval niet in!” We lachen allebei en lopen terug naar zijn klas.

Download hier de colomn