033 - 46 12 680 info@expertis.nl
Home » Blog » Spel stimuleren door het GRRIM-model

Deze blog beschrijft hoe je het spel van kinderen krachtiger kunt maken door modeling en begeleid spel. Het voordoen en begeleiden van spel zorgt ervoor dat kinderen die dit nodig hebben op een hoger niveau kunnen komen in hun spelontwikkeling. Jonge kinderen verkennen de wereld namelijk door spel. Daarnaast zorgt spel ervoor dat de executieve functies ontwikkeld kunnen worden. Door spel leren jonge kinderen ook nieuwe woorden en nieuwe taal- en rekenkennis. Tot slot is het meespelen en observeren een geschikte situatie om de spelontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling van kinderen te analyseren.

Het spel van een kind

Het is van belang dat je goed kijkt naar het spel in de groep. Aan de hand van wat je ziet maak je een keuze welke rol je inneemt in het spel om het spel verder te stimuleren. Dit kunnen interventies zijn om het spel op een hoger plan te krijgen of interventies gericht op de reken- of taalontwikkeling. De keuzes die je maakt zijn mede afhankelijk van welke doelen bij deze leerling nog aandacht vragen. Als leidraad kan de leerkracht hiervoor doelen uit een eigen observatie- en/of registratiesysteem nemen. Deze zijn in de regel afgeleid van de SLO-doelen voor het jonge kind.

Er zijn verschillende begeleidingsrollen bij spel mogelijk. Hierbij kun je denken aan een speelmaatje, een toneelmeester, een toeschouwer, een spelleider en een instructeur. Een fijne begeleidingsvorm voor kinderen waarbij het spel niet verstoord wordt, is het speelmaatje. Hierbij gaat de leerkracht in op de initiatieven van het kind en sluit zij dus aan bij datgene waar het kind mee bezig is. Kinderen die vanuit hun achtergrond en voor-kennis niet altijd goed weten hoe ze een bepaalde rol moeten spelen, kunnen baat hebben bij een leerkracht die een spelleider of instructeur speelt. Daarnaast kunnen kinderen ook vooral in handelend of manipulatief spel blijven steken. Of onvoldoende taalvaardigheid hebben om tot spel te komen. Een rol van een instructeur kan dan de kinderen verder laten kijken dan hun eigen leefomgeving, zodat ze ook binnen die context ervaringen op kunnen doen. Om dit rollenspel goed te laten verlopen, moeten ze meer ondersteuning krijgen van een leerkracht als rolmodel. Weeg dus als leerkracht goed af wanneer de kinderen een speelmaatje nodig hebben en wanneer zij een instructeur nodig hebben. Hoe minder taal en kennis de kinderen hebben van de wereld om hen heen, hoe meer wij hen hier tijdens spel bij aanvang van een thema of gedurende het thema kunnen stimuleren.

Het thema ‘Heksen’

In de klas van juf Eef werken de kinderen aan de SLO doelen binnen het thema Heksen. De juf opent het thema met het boek ‘Heksje Mimi en het griezelfeest’. Het verhaal is voor de kinderen een inspiratiebron. In de klas hebben zij namelijk ook een griezelhoek en juf Eef hoopt dat de kinderen ter inspiratie een aantal facetten uit het verhaal overnemen en gaan spelen in de hoek. Tijdens het werken signaleert ze dat een aantal kinderen moeite hebben om tot spel te komen. Zij besluit, gezien de achter-grond van deze kinderen, om hen als instructeur te begeleiden in het rollenspel in een kleine kring. De kleine kring maakt ze bij de griezelhoek. Als instructeur gebruikt ze het Gradually Released Responsibility Instruction Model (GRRIM). De opbouw van deze instructie bestaat uit ik doe het voor, wij doen het samen, jullie doen het samen en je doet het zelf (Schmeier, 2015). Het GRRIM-model zet je bij jonge kinderen en spel in wanneer rollenspel zich niet vanzelf ontwikkelt of achterblijft ten opzichte van het niveau dat je bij een leeftijdsfase mag verwachten.

In het verhaal schrijft Heksje Mimi uitnodigingen naar heksenvriendjes. Voor het merendeel van de kinderen kan het schrijven van uitnodigingen een herkenbare handeling zijn. Deze kinderen schrijven uitnodigingen wanneer zij jarig zijn. Of maken en schrijven een kerstkaart of verjaardagskaart. Er zijn ook kinderen die nog zelden in aanraking komen met een handgeschreven kaart. Het is in deze tijd natuurlijk ook erg makkelijk om een e-card, mail of appje te sturen.

Begeleidingsrol ‘de spelleider’ of ‘de instructeur’

Juf Eef gaat samen met meester Rik, de stagiaire, en een kind uit de klas, Emma, het verhaal uit het boek voordoen in de griezelhoek. Het is van belang dat je de kinderen in alle fasen meeneemt in het spel. Geef hem ruimte om te reageren, initiatieven te nemen en actief mee te doen, zodat er een balans is tussen de leiding nemen en de fantasie van de kinderen. Voor het thema griezelfeest is de speelhoek samen met de kinderen omgetoverd tot een ware toverhoek. Juf Eef heeft zich verkleed als heks, Emma speelt Roos en meester Rik is poes Bobo. Om de kinderen te helpen bij het onthouden van de rollen, hangt de juf bij zichzelf, meester Rik en Emma rollenkaartjes om. Op de rollenkaartjes staat een pictogram van de rol die zij spelen. Rollenkaartjes zorgen ervoor dat kinderen visuele ondersteuning hebben bij hun rol in de speelhoek. Nieuwe woorden en handelingen die de leerkrachten daarnet hebben voorgedaan en laten horen, kunnen jonge kinderen nadien bij deze rollen imiteren (Parker-Rees, 2007). Uiteraard is alleen imiteren niet voldoende. Jonge kinderen moeten zich kunnen inleven in de persoon, hun fantasie kunnen activeren en samen met andere kinderen de rollen kunnen verkennen.

SLO aanbodsdoelen

Bij het opstellen van een beredeneerd aanbod gebruikt de juf de SLO doelen van groep 1 en 2. Let erop dat je de SLO doelen aanbodsdoelen zijn en dus geen beheersingsdoelen. Het zijn doelen die je als kleuter niet in 1 les leert. Deze staan mogelijk in een thema centraal en worden daarna nog regelmatig binnen het thema en andere thema’s aangeboden.

Voor spel heeft zij één aanbodsdoel:
Het kind kan het spel van een rol spelen, kan zich inleven en de juiste taal en handelingen uitvoeren die passen bij deze rol in interactie met andere kinderen.

Ook op talig gebied heeft zij één aanbodsdoel:
Het kind kan een kort briefje, kaartje of berichtje schrijven.

Het voorspelen van een verhaal

Heksje Mimi zit met poes Bobo en Roos aan tafel in de griezelhoek. Heksje Mimi kijkt bedenkelijk en roept dan: ‘O help Bobo. Het is vandaag alweer mijn verjaardag. Ik ben vergeten om mijn uitnodigingen te sturen. Een uitnodiging zorgt ervoor dat mijn heksenvriendjes weten dat ik jarig ben’. ‘Dan komt er niemand’, zegt Roos. ‘O nee, komt er dan helemaal niemand op bezoek? Ik heb een idee’, zegt poes Bobo. ‘Laten we snel kaarten schrijven. Dan gaan we ze daarna persoonlijk bezorgen.’ ‘Persoonlijk?’, vraagt heksje Mimi. ‘Jaha, we gaan ze dus zelf in de brievenbussen doen’, zegt Bobo.

De kinderen zien Heksje Mimi, Roos en poes Bobo kaarten schrijven. Heksje Mimi vertelt al wijzend dat we boven aan de kaart altijd beginnen met ‘beste’. Ze schrijft ‘Beste heksenvriendjes’ op, maar wat schrijf je eigenlijk nog meer op een uitnodiging? Ze schrijft ‘Ik ben jarig en vier vandaag feest’. ‘Hoe laat begint het?’, vraagt Roos? ‘Laten we er een tijd op zetten’, zegt Mimi. Ze schrijven: ‘Om zeven uur is het feest’. Uiteindelijk schrijven ze onder aan de brief ‘Groetjes heksje Mimi’. En dan gaan ze snel de kaarten posten. ‘Maar om te posten hebben we een postzegel nodig. Ik teken snel even een postzegel op mijn kaart’, zegt poes Bobo. ‘Maar dat kan toch niet. We hebben postzegels nodig’, zegt Roos. Dan ontstaat er een gesprek in interactie met de kinderen over waar men postzegels kan kopen. In de griezelhoek heeft juf Eef een aantal huizen met brievenbussen gemaakt. Op deze manier komen de kinderen ook in aanraking met het tellen van sprongen van twee.

Na het voordoen gaat juf Eef het spel met de kinderen samen doen. Een regel voor begeleid spel: geef kinderen ruimte voor eigen inbreng. Hierdoor vergroot je hen spelbetrokkenheid. ‘Wat was ook alweer het probleem van heksje Mimi?’, vraagt juf Eef. De kinderen mogen even in tweetallen overleggen. Daarna vertellen ze de juf dat Heksje Mimi is vergeten om uitnodigingen te maken. Juf Eef pakt er een hele grote kaart bij. Samen met de kinderen gaat ze bedenken wat er bovenaan de kaart moet komen.

En wat daarna en hoe ze uiteindelijk de kaart afsluit. Uiteraard wordt de tekst op de kaart aangevuld met de fantasie en inbreng van de kinderen. ‘Nu hebben we de kaart geschreven, maar hoe weten onze heksenvriendjes dat het feest is?’, vraagt juf Eef. Alle kinderen denken even na. De uitnodigingen moeten bezorgd worden en er moeten postzegels gekocht worden. Alle kinderen krijgen uitnodigingen met cijfers erop. Op deze kaartjes mogen ze in tweetallen gaan schrijven of tekenen. Dit is afhankelijk van de fantasie en de leeftijdsfase van de kinderen, want juf Eef laat de kinderen hier vrij in. Wanneer ze klaar zijn en een postzegel hebben gekocht, mogen ze de uitnodigingen gaan posten. De brievenbussen staan verspreid in de klas. De kinderen mogen nu in tweetallen de brieven in de juiste brievenbussen gaan posten, waardoor de focus nu ligt op het samenwerken en het herkennen van getalbeelden. Tip: laat de kinderen een kleine doos meenemen en maak met hen als knutselopdracht een brievenbus.

Uiteindelijk weten de kinderen nu al wat meer over de rollen en kunnen ze hierdoor meer zelf inbrengen. De talige handelingen en woorden bij bepaalde rollen die ze ingeoefend hebben, zie je de komende weken, aangevuld met hun eigen fantasie terugkomen in de speelhoek. Het rollenspel van de kinderen is nu rijker geworden. Plan voor jezelf ook momenten in, zodat je kunt meespelen bij kinderen die het spel lastig vinden. Dit zorgt ervoor dat je uiteindelijk al spelende het spel en de taalverwerving van het kind op een hoger niveau kunt brengen. Maar ook observatie zonder meespelen is waardevol. Je kunt op deze momenten analyseren of de kinderen extra materiaal nodig hebben of misschien toe zijn aan een nieuw probleem in het spel om het spel te verdiepen.

De wereld verkennen door spel

De eerste vraag die misschien bij je naar boven komt is, waarom zou je spel gaan voorspelen voor peuters en kleuters? Jonge kinderen verkennen de omgeving met hun hele lijf, hun zintuigen, ze proberen uit, herhalen en variëren. Zij nemen vaardigheden en kennis van hun opvoeders na imitatie en instructie op door dit te vermengen in speelse handelingen. Ze leren ook van eigen experimenten en samen spel met andere kinderen. Alle prikkels en emoties die jonge kinderen gedurende de dag op-doen, verwerken zij tijdens spel. Volgens Panksepp (2007) zorgt spel ervoor dat kinderen sociaal- emotionele bindingen aangaan. Deze speelervaringen hebben invloed op de jongere delen van de hersenen, de grote hersenen.

Deze verwerken impulsen uit zintuigelijke ervaringen. In dit hersengebied vinden cognitieve en emotionele processen plaats, waaronder het geheugen, zelfsturing, planning, verbeelding en logisch denken. Ook wel de executieve functies.
Dit zijn belangrijke vaardigheden voor hun verdere schoolloopbaan, waarbij de basis op jonge leeftijd wordt gelegd. Bij spel komen cognitieve vaardigheden als rekenen en taal en executieve functies in speelse handelingen samen.

Literatuurlijst

Hollingsworth, J., & Ybarra, S., Nederlandse bewerking door Schmeier, M., (2009). Explicit Direct Instruction (EDI): The Power of the Well-Crafted, Well-Taught Lesson. Expliciete Directe Instructie. Tips en Tech-nieken voor een goede les. Huisen: Uitgeverij Pica

Parker-Rees, R. (2007). Liking to be liked: Imitation, familiarity and pedagogy in the first years of life. Early Years, 27, 3-17.

Singer, E., Tajik, M., Otto, J. (2015). Nabij zijn en meespelen. Balans in nemen en geven van initiatief. Amersfoort: Tijdschrift De Wereld Van Het Jonge Kind.

Share This