< Terug naar het overzicht

De schoolleiding doet ertoe

De schoolleiding doet ertoe

De Schoolleiding doet ertoe – Een artikel van Kees Vernooy, uit: SchoolManagement totaal, december 2016

 

Vanaf 2000 ontstaat in het schoolverbeteringsonderzoek toenemende aandacht voor de rol van de schoolleiding. Ook verschijnt onderwijsonderzoek dat de vraag ‘Wat maakt een schoolleiding effectief?’ probeert te beantwoorden. Uit alles blijkt: Schoolleiders kunnen zowel een positieve, een marginale, slechte of negatieve invloed op de leerlingresultaten hebben.

Dat de schoolleiding er voor de school toedoet, wisten we al eerder. Volgens Boyer (1983) lieten scholen met goede resultaten en een sterk teamgevoel zien, dat de schoolleiding het verschil maakte. Waters, Marzano & McNulty (2003) schreven een review over wat 30 jaar onderzoek over het effect van de schoolleiding op de leerlingresultaten toont.

Onderzoek uit de afgelopen decennia bevestigt, dat schoolleiders die vooral de basisvaardigheden als prioriteit zien, betere resultaten op die gebieden op hun scholen hebben (zie US Department of Education, 2005).
Vervolgens gaan diverse onderzoekers kijken welke gedragingen van de schoolleiding het grootste effect op die leerlingresultaten hebben. Daarbij dient wel opgemerkt te worden wat Harris en Muijs (2002) opmerkten: Effectieve schoolleiders oefenen een indirecte – ze hebben geen klas! – maar krachtige invloed uit op de effectiviteit van de school en de leerlingresultaten. In een publicatie van Muijs e.a. uit 2005 merken deze onderzoekers op dat de Nederlandse schoolleiding – internationaal gezien – afwijkt; Nederlandse schoolleiders vertonen weinig onderwijskundig leiderschap, dat wil zeggen dat ze maar beperkt gericht zijn op het primaire proces.
Uit internationaal onderzoek van PISA en PIRLLS, waaraan Nederland meedoet, blijkt dat veel schoolleiders de meeste tijd aan administratieve verplichtingen en niet aan onderwijskundige activiteiten besteden. Kappen en Vernooy (2016) laten zien, dat schoolleiders veel moeite hebben om de plaatsgevonden onderwijsverbeteringen te handhaven, waardoor een groot risico aanwezig is dat dat de effecten van de verbeteringen na enkele jaren al niet meer zichtbaar zijn.

Volgens Wastander (2015) toont onderzoek dat Nederlandse schoolleiders op één taakdomein van elkaar verschillen, namelijk curriculum en instructie, terwijl juist curriculum en instructie alles met de kwaliteit van de school en de leerlingresultaten te maken hebben. Het is dan ook niet vreemd, dat de Inspectie van het onderwijs (2014) voor beter onderwijs betere schoolleiders nodig vindt, omdat er een verband bestaat tussen de kwaliteit van de schoolleider en de kwaliteit van de lessen.

Lees verder