< Terug naar het overzicht

Continu verbeteren, de lerende organisatie en het leren in de 21ste eeuw

Interview van Jennika de Graaf met dr. Jay Marino

Continu verbeteren, de lerende organisatie en het leren in de 21ste eeuw

Interview van Jennika de Graaf met dr. Jay Marino

Steeds meer scholen in Nederland werken vanuit het concept van Continuous Improvement (CI). Wat is de basis van CI? Aan het woord is Dr. Jay Marino. Hij werkt als eindverantwoordelijk schoolleider (superintendent) in het primair en voortgezet onderwijs in verschillende schooldistricten in de Verenigde Staten. Hij richt zich daarbij op het proces van continu verbeteren, de lerende organisatie en het leren in de 21e eeuw.
Hij is gepromoveerd op dit onderwerp en heeft over dit onderwerp verschillende boeken en publicaties geschreven. In Nederland is hij een veel gevraagd en inspirerend keynote speaker bij landelijke conferenties, voor schoolbesturen en schoolteams. Zijn good practice spreekt velen uit het onderwijs aan, omdat hij vanuit verbinding en eigenaarschap op alle niveaus een eigentijds antwoord biedt op passend onderwijs in een eigentijdse leeromgeving, passend bij de competenties van de 21e eeuw.

Jay Marino aan het woord:

Het proces van continu verbeteren start altijd met de waaromvraag: wat bindt ons, waar staan wij voor?  Alleen vanuit intrinsieke motivatie lukt het ontwikkelingen echt duurzaam in de school en in de  klas te krijgen. Werken vanuit intrinsieke motivatie betekent dat iedere stem telt. Iedereen wordt betrokken bij het verbeterproces vanuit eigen context, invloedsfeer en motivatie. Dat betekent in de school veel deelplannen op bijvoorbeeld het niveau van onderbouw, middenbouw en bovenbouw.
Na de waaromvraag volgt het hoe en het wat: wat gaan we doen en hoe gaan we dat doen? Continu verbeteren gaat uit van stap voor stap continu werken aan duidelijke doelen (clear direction), deelresultaten en de acties die daarbij nodig zijn. Kenmerkend is ook het samenwerken vanuit shared leadership teams. Gedeeld leiderschap betekent een werkwijze waarin een groepje medewerkers samen de voortgang van het verbeterproces bewaakt. Voor leidinggevenden betekent dit loslaten en vertrouwen hebben, maar ook een coachende en faciliterende manier van leidinggeven. Wat helpt jullie om de doelen te behalen?
Eigenaarschap en in verbinding werken, alignment, is het sleutelwoord bij continu verbeteren. Alle partijen in de school werken vanuit eigen doelen en deelresultaten aan dezelfde visie, missie, waarden en doelen van de school.
Samenvattend start het proces dus met de vragen: waar staan jullie voor? Waar sta je nu en waar wil je in de toekomst staan? Mensen in teams werken met elkaar vanuit eigen professionele ruimte en gedeeld leiderschap aan het toekomstperspectief.

Wat zegt de literatuur hierover?

Door de volgende zes vragen samen te beantwoorden wordt duidelijk wat de drijfveren van de stichting/het team zijn. Het geeft aan waaraan het wil werken, wat het belangrijk vindt en wat de leden bindt en drijft. Van daaruit kan gewerkt worden aan continue verbetering.

  1. Waar staan wij echt voor?
  2. Hoe kijken wij naar leerlingen en ouders?
  3. Wat beloven (bieden) wij onze leerlingen en ouders?
  4. Wat is onze unieke kracht, waardoor wij onze beloftes waarmaken?
  5. Waar mogen leerlingen, ouders en onze omgeving ons op aanspreken?
  6. Hoe willen we dat onze leerlingen onze school verlaten? Wat hebben we dan bereikt?

Gedeeld leiderschap is een van de pijlers van CI. Gedeeld leiderschap betekent dat iedere leraar samen met collega’s werkt in een professionele leergemeenschap (PLG). Gedeeld leiderschap en leergemeenschappen zien we op alle niveaus. Ook in de klas. Leerlingen worden betrokken in een klas- leergemeenschap. Ten onrechte worden leerlingen vaak buiten gesloten, terwijl alles wat we doen gaat over de leerlingen. Bij CI gaat het om de kracht van parallelle processen.  Alle niveaus zijn betrokken en herkennen elkaars proces. De kern van CI is dus eigenaarschap, in verbinding werken en gedeeld leiderschap. Iedereen heeft een plek in het verbeterproces.
De PLG’s worden aangestuurd door een leiderschapsteam. De kwaliteit van een leiderschapsteam is belangrijk. Zij bewaken het totaalproces en de voortgang. Zij kijken wat er nodig is om betrokkenheid van iedereen in de school te verkrijgen. Deze groep neemt de verantwoordelijkheid voor het ondersteunen en faciliteren van de teams die samen werken aan het realiseren van de visie. Ze helpen de toekomst te visualiseren.

Wat is een professionele leergemeenschap (PLG)?
Een PLG betekent continue samenwerking van teamleden om effectieve praktijken en oplossingen voor knelpunten te vinden, maar ook om elkaar te helpen bij het invoeren van verbeteringen en met elkaar daarop reflecteren.

Is uw team een professionele leergemeenschap?
  • Is er een duidelijke, expliciete en gedeelde visie op het leren en de ondersteuning daarvan door de leerkrachten en de school?
  • Staat het leren van leerlingen en de leerresultaten centraal in de aandacht van de leerkrachten? Is iedereen zich er bewust van dat alles wat zij doet bijdraagt aan zorgen dat alle leerlingen zich optimaal ontwikkelen en leren?
  • Is er een cultuur van samenwerking en collectieve verantwoordelijkheid dat het leren van de leerlingen en het leren van de leraren ondersteunt?
  • Wordt er resultaatgericht gewerkt om de praktijk te verbeteren en wordt dit duurzaam geïmplementeerd?
  • Vinden er reflectieve dialogen plaats tussen professionals over hun handelen in de klas en over hun onderwijs?
  • Wordt de onderwijspraktijk onderzocht door de onderwijsprofessionals?
  • Beschikken de leerkrachten over competenties voor het functioneren in PLG’s en zijn zij samen verantwoordelijk?
  • Is er ondersteunend en gedeeld leiderschap dat mogelijkheden schept voor samen leren?
  • Zijn er ondersteunende structurele condities voor het leren van de leerkrachten?

Binnen Continuous Improvement is deze manier van werken en deze professionele cultuur op alle niveaus terug te vinden, van de klas, de teams, de school tot bovenschools. Er wordt steeds gewerkt vanuit het PDSA (plan-do-study-act) schema.

Klik op het plaatje voor grotere weergave

Een voorbeeld van hoe op klasniveau in een PLG gewerkt en geleerd wordt d.m.v. de PDSA cyclus is de wekelijkse groepsoverleggen. Het doel van dit overleg is dat de groep, onder leiding van een leerling, de week evalueert. De leerlingen bespreken met elkaar:

  • De doelen die de groep zichzelf gesteld heeft;
  • De beoogde resultaten;
  • De afgesproken acties;
  • De bereikte resultaten;
  • Eventueel mogelijke verklaringen voor het niet bereiken en verbeteracties voor het opnieuw bereiken van het beoogde resultaat;
  • Nieuwe doelen stellen om de volgende stap naar het groepsdoel te zetten;
  • De bijbehorende acties voor de volgende week;
  • De opmerkingen geplaatst bij de plus (gaat goed) en delta (verbetering nodig) ruimte in relatie tot de groepsmissie en groepsregels.
  • Het eventueel bijstellen van de groepsregels.

De leerlingen zitten om de beurt een groepsoverleg voor. De leerkracht heeft een ondersteunende en coachende rol.

CI gaat over voortdurend door ontwikkelen en samen stappen nemen. Scholen zijn creatief en ondernemend in het vinden van eigen oplossingen.
De nieuwste ontwikkeling in Nederland is dat er steeds meer besturen zijn die met CI werken. Vroeger was het een enkele school binnen een stichting, nu gaat het steeds meer om parallelle processen binnen de hele stichting. Daar gaat een enorme kracht van uit. Scholen leren van en met elkaar binnen hun eigen professionele ruimte.

Klik op het plaatje voor grotere weergave


CI is gericht op de doorgaande lijn van 2-18 jaar en ik weet dat die doorgaande lijn in Nederland weerbarstig is. In Amerika werkt dat wel. Het is belangrijk je te concentreren op dat deel van het systeem waar jij verantwoordelijk voor bent en controle over hebt. Maak je niet druk over de alignment op alle niveaus, dwz. de niveaus waar je geen controle over hebt.
In ken leerkrachten die CI willen implementeren, maar bang zijn dat hun directeur het niet wil implementeren voor de hele school. Dan zeg ik: ‘werk binnen jouw cirkel van invloed’. Jij kunt binnen jouw klas elementen van CI oppakken.
Een bovenschools directeur heeft een andere invloedsfeer dan een leerkracht of een directeur . Misschien is het schoolsysteem in Nederland lastiger. In Amerika zitten kinderen vaak van 2-18 op dezelfde school.
De theorie is hetzelfde. Als je werkt vanuit waar jij invloed op hebt, dan hoef je je ook niet druk te maken over de plekken waar je geen invloed op hebt.
Accepteer en begrijp dat iemand anders er anders over denkt. Jij hebt daar geen controle over, dus doe wat jij denkt dat het beste is in de situatie waar jij invloed op hebt.
Mijn filosofie is: CI is de beste manier van leren in de klas en in de school, waarom zou ik dan niet mee werken? Ook al doen ze het om je heen niet.

Ik ben nu in mijn derde jaar van mijn nieuwe school in Chicago.
We hebben urgentie gecreëerd, de eerste stap. Denk aan de 8 stappen bij veranderingen  van Kotter. We hebben shared leadershipteams en  kwaliteitsmanagementteams opgezet in alle scholen, die het totaal proces van gedeeld leiderschap bewaken. We hebben een kort en krachtig schoolplan ontwikkeld op A3 formaat. We zitten nu in het proces van empowering van alle leraren om samen als PLG’s te werken.  Volgend jaar gaan we de stappen van het lotusmodel in de klaslokalen implementeren. Dus we gaan goed vooruit in de 2 jaar dat we hiermee werken.

Als super intendant van verschillende stichtingen en de verbetertrajecten op die schaal heb ik geleerd dat we het simpel moeten houden. We moeten het behapbaar en begrijpelijk maken. We moeten de belangrijke elementen eruit halen, maar ze moeten niet zo moeilijk zijn dat mensen bij voorbaat al denken dat zij dat niet kunnen halen. Het moet succesvol kunnen zijn en passen bij de naaste fase van ontwikkeling en hun intrinsieke motivatie.
Ik merk dat het bij de implementatie van CI effectief is om mensen van buiten de school te betrekken. Op mijn eigen scholen ben ik een deelnemer in het traject en niet de facilitator, de coach of trainer. Die betrek ik van buiten. Ik wil het eindproduct niet beïnvloeden. Ik wil dat het gezamenlijk gedragen wordt en niet dat de leerkrachten mij volgen, omdat ik de bovenschoolse directeur ben. Ik zit erbij als deelnemer en dat werkt beter.
Ouderbetrokkenheid is een belangrijk onderdeel van CI ook in Amerika. Eén van de nieuwe manieren van denken is de student-led-conferences. In plaats van de leerkracht of de ouders die nadenken over het leren van het kind, legt de leerling zelf de verbinding met de ouders en legt uit hoe het leren gaat en het leerproces  verloopt. Ouders zijn hierdoor zeer betrokken want ze zien dat hun eigen kind in de lead is. Dat is een sterk concept. We betrekken ouders ook in ons leiderschapsteam. Het is een Win – Win situatie! Ouders hebben soms een hele goede inbreng vanuit een ander perspectief. Zij brengen soms iets in waar leerkrachten nog niet aan gedacht hebben. Het idee van en leiderschapsteam is ook om verschillende perspectieven aan tafel te krijgen. Hoe meer mensen meedenken en inbreng hebben, hoe sterker de uitkomst.

In veel scholen vinden oudergesprekken plaats, zonder dat de kinderen hierbij betrokken zijn. Binnen Continuous Improvement wordt er niet gesproken over het kind, maar voert de leerling zelf het oudergesprek. Het individuele leerlingportfolio, dat volgens de PDSA cyclus wordt bijgehouden, vormt de basis voor dit gesprek. De leerling heeft de regie in handen en bespreekt aan de hand van zijn portfolio zijn resultaten, geeft aan wat hij wil verbeteren en hoe hij dat gaat doen.
Naast dat de leerling eigenaarschap ervaart en ouders zich betrokken en gemotiveerd voelen levert het ook winst voor de leerkracht op. De helft van de klas kan op hetzelfde moment de leerlinggeleide oudergesprekken voeren terwijl de leerkracht rondloopt en coacht waar nodig. Een effectieve win-win situatie.

Klik op het plaatje voor grotere weergave


Ik ben nu 17 keer in Nederland geweest. Ik ben op veel verschillende scholen geweest en wat ik vooral heb gezien is de trots die mensen hebben, het eigenaarschap dat ze creëren en de resultaten die ze zien vanaf het begin.
Ik zie vooral trots op alle gebieden. Trots op wat al bereikt is, trots op dat er een sterke aanpak wordt geïmplementeerd, mensen zijn blij dat ze er onderdeel van zijn, trots op de feedback van ouders, trots op de resultaten.
Ik heb veel aan wetenschappelijke inzichten, die ondersteunen de aanpak van CI. Michael Fullan vormt voor mij de basis. De acht stappen van veranderen van Kotter staan voor het veranderproces:  hoe begin ik, welke stappen volgen elkaar op, waar sta ik nu en waar wil ik in de toekomst staan
Aan Marzano ontleen ik leerlingbetrokkenheid, het doelen stellen en de feedback-cyclus in  het proces. CI kent een verborgen curriculum van 21e-eeuwse vaardigheden en richt zich op socialisatie, kwalificatie en subjectwording. Daar is Biesta de bron voor in Nederland.

Er zijn vele wetenschappelijke inzichten over verbetering van de onderwijspraktijk. Binnen Continuous Improvement worden veel van deze wetenschappelijke inzichten geïntegreerd in een samenhangend continu verbeterproces. In onderstaand schema worden de pijlers waarop Continuous Improvement rust afgezet tegen de wetenschappelijke inzichten.

Klik op het plaatje voor grotere weergave

Uit: Eigenaarschap, Alignment en Continuous Improvement, Mulders e.a., 2016


Jaarlijks is er een groot congres in Amerika over Total quality management/ kwaliteitszorg waar CI deel van uitmaakt. Ik heb daar zelf vaak gesproken en ga er met mijn team naartoe. Een zeer inspirerende omgeving waar de laatste bevindingen en onderzoeken worden gedeeld. Het focust zich op verschillende gebieden. Eén daarvan is STEM (science, technology engineering en Math). Daarbij gaat het om 21st century leren. Andere onderwerpen zijn vormen van eigenaarschap bij veranderprocessen. De belangrijkste ontwikkeling is dat CI steeds meer wordt toegepast op universiteitsniveau. Voorheen was het vooral gericht op primair en secundair onderwijs, nu lijkt het ook door te dringen in het hoger onderwijs.
Een wens van mij is om nog een keer met een bestuurder boek te schrijven over het succes op Nederlandse scholen met CI.   

Interview

Bekijk hier het hele interview

Jennika de Graaf

Duurzame schoolontwikkeling / Pedagogisch-didactisch handelen /

.

Meer informatie