< Terug naar het overzicht

Interview met Jay Marino

Duurzame schoolontwikkeling /

Interview met Jay Marino

Continuous Improvement past beter in Nederland dan in in de VS

De afgelopen jaren ben ik 14 keer in Nederland geweest. Ik heb veel masterclasses gegeven en scholen bezocht.  In het begin vroeg ik me af of continuous improvement wel zou passen bij het Nederlandse onderwijs. Continuous Improvement staat voor het voortdurend verbeteren op alle niveaus binnen het onderwijs. Van leerling tot college van bestuur. Het wordt soms geïnterpreteerd als het uitsluitend sturen op cognitieve resultaten en een sterke top down benadering. Dat is een te enge interpretatie van continuous improvement, die ik wel snap vanuit de verschillen tussen het onderwijssysteem in de VS en Nederland.

Er zijn inderdaad best grote verschillen tussen het onderwijsbestel in de VS en in Nederland. Zo werken wij in de VS met schooldistricten. De inwoners van zo’n district kiezen het schoolbestuur en het schoolbestuur heft onderwijsbelasting die door de inwoners van het district betaald wordt. De hoogte van deze belasting verschilt tussen schooldistricten.  Deze betasting is de financieringsstroom voor scholen. De basis gedachte is dat je je kind naar school laat gaan waar je belasting betaalt. Als ouder  kun je je kind wel naar een school buiten het schooldistrict laten gaan, maar je blijft wel belasting betalen in het district waar je woont en bovendien moet je dan ook nog belasting betalen in het andere district. Om in zo’n geval dubbele onderwijsbelasting te voorkomen moeten de ouders dus eigenlijk verhuizen. Het is logisch dat bijna niemand dat doet. Dat maakt wel dat ouders de school kritisch volgen en heel alert zijn of hun kinderen “waar voor hun geld” krijgen.  En dat volgen begint natuurlijk bij de council. De leden van de council leggen verantwoording af aan hun kiezers en over wat kinderen en ouders aan kwaliteit van de scholen in het district terug krijgen. Bij een volgende verkiezing kan een council naar huis gestuurd worden. Dat leidt er toe dat bij ons een council en een superintendent veel meer top-down sturen. Zij krijgen immers als eersten de rekening van de kiezer gepresenteerd. In Nederland ligt het anders. De regering financiert de scholen. Er is vrije schoolkeuze en een Raad van Toezicht staat het college van bestuur met raad en daad bij. Hierdoor lijkt het dat bij ons de leerprestatie van het kind het enige is dat telt. Met onze aanpak van continuous improvement laten we zien dat het ons gaat om “heel het kind”: De kwalificatiefunctie van het onderwijs, maar ook de persoonsvorming en de sociale vorming staan bij ons centraal.

En een top down sturing is niet aan de orde.

Ik weet het: Dat zou in onze Angelsaksische cultuur passen: “Hij die de baas is, mag het zeggen”.  In Europa, het Rijnlandse model, is het veel meer een kwestie van “Hij die het weet mag het zeggen”.

Vanuit die laatste opvatting geef ik invulling aan continuous improvement.  Mijn motto is: Geef 100% vertrouwen en stuur op resultaten die collectief geambieerd worden. Zorg voor een hoogwaardige collectieve ambitie, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid en een veilige en inspirerende sfeer, waarin het geven van feedback aan elkaar gewoon is.

Dat geldt voor een groep leerlingen, maar ook voor een docententeam en voor de relatie tussen directeuren en het college van bestuur.  Maak mensen zelf verantwoordelijk voor de regels die zij met elkaar willen hanteren, alleen dan doen regels een beroep op eigen inzicht, moraal en motivatie van mensen. En ook dit geldt weer op alle niveaus in het instituut school: Van leerling, via leerkrachten en directeuren tot  College van Bestuur .

Het gaat om het creëren van een kwaliteitscultuur. De kernelementen van een kwaliteitscultuur in het onderwijs zijn niet “structuren en systemen”, maar het centraal stellen van het leren, het leren verbeteren, de inhoud van ons onderwijs, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, verantwoording afleggen en sfeer.

Daarom is het werken met groepsdoelen en datamuren van belang. Maar vooral van belang is dat leerlingen zichzelf doelen stellen, met elkaar afspraken maken over groepsdoelen, met elkaar evalueren of ze op de goede weg zijn, elkaar feedback geven en leren met elkaar samen te werken. Dan ontstaat eigenaarschap bij individuele leerlingen en bij de groep. Daarom is het werken met verbeterteams en  ontwikkelteams  van leerkrachten zo essentieel. Professionele feedback, elkaar verder helpen, met elkaar lessen evalueren horen daar ook bij. Ook dat is een vorm van eigenaarschap bij de leerkracht en het team.  Leidinggeven is in deze benadering primair het ondersteunen van de werkgemeenschap van mensen die een mooi vak willen uitoefenen en met elkaar doelen willen bereiken.  Bij continuous improvement gaat het om eigenaarschap, vakmanschap, verbinding en vertrouwen. Dat zijn volgens mij ook de sleutelbegrippen bij het Rijnlandse model.

Bij alles wat wij met elkaar in onze scholen doen staat eigenlijk maar één vraag centraal: Wordt ons onderwijs, het leren van de leerling er beter van? Als het antwoord op die vraag positief is, dan voeren wij een verandering door en anders niet. Dan zijn  we met de verkeerde dingen bezig.

In ons denken staan voortdurend de volgende vragen centraal:

  • Hoe willen wij dat onze leerlingen onze school straks verlaten? Wat willen wij ze hebben meegegeven? Wij noemen dat het eindprofiel.
  • Is ons programma optimaal om wat wij onze leerlingen willen laten leren ook daadwerkelijk te realiseren. En dan gaat het om “hoofd, hart en handen”, zoals jullie in Nederland zeggen.
  • Behalen onze leerlingen het gewenste eindniveau?
  • Zijn onze leerlingen, ouders, medewerkers en de mensen in ons schooldistric t tevreden over ons?
  • En heeft iedere betrokkene de juiste discipline om het maximale te realiseren en dus continu te verbeteren. Daarbij gaat het vaak om kleine dingen: op tijd komen,  lessen die  op tijd beginnen, het werk van leerlingen op tijd nakijken, het nakomen van afspraken met leerlingen, tussen leerlingen, met ouders en met elkaar goed nagekomen.

Bij continuous improvement draait alles om collectieve ambitie, intrinsieke motivatie en eigenaarschap.  Dat is de basis om het onderwijs, het leren van de leerlingen, keer op keer te verbeteren. Dat doen wij niet alleen, het is nou juist de kunst om leerlingen te leren zichzelf ook voortdurend te verbeteren en ze zelf eigenaar te laten zijn van hun eigen leerproces. Niet alleen als individu, maar ook als groep. Wij willen dat iedere leerling, leerkracht en directeur het maximale uit zichzelf haalt, niet alleen om de eigen prestatie te verbeteren, maar ook om de prestatie van de groep te verhogen. In ons onderwijs draait het immers altijd om drie zaken: kwalificatie, persoonsvorming en socialisatie. Deze drie elementen komen in alles wat wij doen bij continuous improvement terug.

Volgens mij past dat uitstekend bij het Nederlandse onderwijs. Misschien nog wel meer dan bij onze Amerikaanse cultuur.

 



Laat een reactie achter