< Terug naar het overzicht

Dyslexie nader bekeken

Dyslexie nader bekeken

Een artikel van Dr. Kees Vernooy, lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs – Bron: Pabo Platform – Noordhoff Uitgevers

 

Dyslexie is in Nederland een beladen woord. De discussie gaat meer over het verkrijgen van een dyslexieverklaring dan over effectieve hulpverlening aan dyslectische kinderen en/of kinderen met ernstige leesproblemen.

De discussie wordt bemoeilijkt doordat er waarschijnlijk te veel kinderen ten onrechte een dyslexieverklaring hebben. Deze kinderen worden pseudo-dyslecten genoemd.
In dit artikel proberen we vanuit de wetenschap een aantal zaken op een rij te zetten.

Om hoeveel leerlingen gaat het?
Volgens Van der Leij (2016) heeft 12% van de leerlingen in Nederland een dyslexieverklaring. Dat is een hoog percentage, omdat ruim tien jaar geleden Blomert (2002) aangaf dat het percentage dyslectische leerlingen 3,6% van de leerlingpopulatie is. Volgens het CBS (2016) nam na 2001 het aantal leerlingen met dyslexie van 6 tot 8% toe.

Het hoge aantal dyslectische leerlingen moet geplaatst worden binnen de context dat in Nederland één op de zes leerlingen een vorm van hulp krijgt, terwijl dit volgens Hermanns (2013) 2 tot 5% zou moeten zijn. We hebben niet alleen te veel dyslectische leerlingen, maar ook te veel leerlingen met autisme, ADHD etc. Een deel van het hoge aantal dyslectische leerlingen moet worden verklaard door het te gemakkelijk afgeven van dyslexieverklaringen (denk aan Rambam 2016), maar ook door de toename van kinderen die een verklaring krijgen vanwege slecht spellen.

Van diverse kanten worden kanttekeningen bij het hoge aantal dyslectische leerlingen geplaatst. Je zou kunnen stellen dat van die 12% leerlingen met een dyslexieverklaring zo’n 7% pseudo-dyslectisch is en ten onrechte een dyslexieverklaring heeft. Deze kinderen hebben dikwijls wel moeite met lezen, waaraan men rechten kan ontlenen en waar ook een ‘etiket’ aan vastzit. Daarbij moet nog worden opgemerkt dat dyslexie veel minder voorkomt bij kinderen met een migratieachtergrond, nl. 2,1% (CBS 2016). Dit geldt waarschijnlijk ook voor kinderen uit autochtone achterstandssituaties. Van der Leij (2017) spreekt in dat verband van ‘verborgen dyslectici’. Onderzoek toont dat dyslexie bij kinderen uit alle lagen van de samenleving voorkomt. Kinderen uit achterstandssituaties met leesproblemen worden waarschijnlijk meer als laaggeletterden gezien, o.a. omdat hun ouders de weg naar de dyslexieverklaring niet kennen of daarvoor geen geld hebben. PISA (2015) laat zien, dat het aantal laaggeletterden in Nederland in de afgelopen jaren sterk is toegenomen tot bijna 18% van de 15-jarigen (zie illustratie 1).

Lees verder

Lees het complete artikel verder op de website Pabo Platform – Noordhoff Uitgevers

Kees Vernooy

Taal / lezen /

06 - 45 28 57 75

Meer informatie